Hoofdstuk 3: DE ONDERWIJSKUNDIGE VORMGEVING VAN HET ONDERWIJS
3.6. De begeleiding van de overgang naar het v.o.
De basisschool brengt advies uit over elke leerling die toegang vraagt tot het voortgezet onderwijs. Bij onze adviezen houden we rekening met de capaciteiten, de werkinstelling en de belangstelling van het kind.
In november bespreken we met de ouders de voorlopige schoolkeuze. De inbreng van de ouders is hierbij groot. We hechten eraan om in het schoolkeuzeadvies op één lijn te komen met ouders en kind. Dit lukt bijna altijd. Het onderwijskundig rapport met het definitieve schooladvies van de basisschool wordt in februari / maart met de ouders besproken.
Alle leerlingen die naar het voortgezet onderwijs gaan, worden door de leerkracht van groep 8 doorgesproken met de coördinator van de brugklas.
De afgelopen 4 schooljaren verlieten gemiddeld 56 leerlingen uit groep 8 onze school. Zoals in onderstaande tabel te zien is, geeft de uitstroom naar verschillende vormen van voorgezet onderwijs geen constant beeld. Daar er geen aanwijsbare redenen zijn voor deze verschillen – zoals bijvoorbeeld het gebruik van nieuwe methodes of een geheel andere aanpak – veronderstellen wij dat ze terug te voeren zijn op leerlingkenmerken.
|
|
Aantal schoolverlaters groep 8 |
VMBO-K |
VMBO-T |
HAVO / VWO |
|
2004 |
57 |
19,3 % |
29,8 % |
50,9 % |
|
2005 |
66 |
30,3 % |
27,3 % |
42,4 % |
|
2006 |
59 |
18,6 % |
33,9 % |
47,5 % |
|
2007 |
62 |
23,2 % |
40,6 % |
36,2 % |
|
Gemiddeld |
61 |
22,9% |
32,9 % |
44,2 % |
|