Hoofdstuk 2: DE OPDRACHT VAN ONZE SCHOOL

2.2.      De externe analyse

 

Vanuit verschillende niveaus komen er ontwikkelingen, regelgeving en trends op ons af, die we zullen moeten vertalen en concretiseren in de dagelijkse schoolsituatie. In steekwoorden geven we aan waar het om gaat:

 

Vanuit de Rijksoverheid

Uit de Wet Primair Onderwijs art. 8 leiden we af dat er aandacht moet zijn voor :

a. ononderbroken ontwikkeling

b. brede ontwikkeling

c. aandacht voor de multiculturele samenleving

d. actief burgerschap en sociale integratie

e. onderwijs op maat

f.  adequate voortgangsregistratie

g  geplande leertijd

h. hanteren van kerndoelen

 

Bovendien krijgt de Informatie Communicatie Technologie steeds meer inhoud en vorm. Het belang ervan wordt door de overheid onderkend en financieel ondersteund.

 

Deregulering en autonoom beleid leiden enerzijds tot meer vrijheid voor scholen. De school wordt steeds meer zelf verantwoordelijk voor haar beleid en legt daar verantwoording over af. De overheid doet o.a. door de formulering van kerndoelen en de wet op het onderwijstoezicht in toenemende mate aan kwaliteitsbewaking en stimulering.

 

Een groter deel van de ouders neemt deel aan het arbeidsproces. Veel vrouwen werken in deeltijd. Zij verdelen hun aandacht over werk en gezin. De scholen moeten daarop anticiperen.

De belangstelling voor de verlengde schooldag is groeiende. De overheid heeft scholen de verplichting opgelegd te zorgen dat TSO en voor- en naschoolse opvang beschikbaar is tussen 7.30 en 18.30u.

Landelijk zien we een enorme groei van het aantal brede scholen.

 

In het kader van WSNS heeft het Samenwerkingsverband (SWV) Bladel haar nut bewezen. Het  aantal kinderen dat naar het speciale basisonderwijs verwezen wordt, is gereduceerd van een deelnamepercentage van 3,8 tot 2,2. Het SWV beschikt over een zorgplan, waaraan de deelnemende scholen hun goedkeuring gehecht hebben. Doordat alle scholen met hun IB’er deelnemen aan een van de vijf leernetwerken vindt er veel uitwisseling plaats. De scholen hebben door middel van een expertisematrix op de website aangegeven over welke expertise men beschikt, waarover andere scholen informatie kunnen inwinnen.

Naar aanleiding van de wet op de zorgplicht en passend onderwijs, die met ingang van 2011 in werking treedt, onderzoekt de stuurgroep van het SWV de consequenties en de kansen die deze wet onze scholen gaat bieden, zoals een betere toerusting van onze scholen voor leerlingen met speciale zorgbehoefte, een professioneel regionaal expertisecentrum en een meer heldere structuur voor ouders.

 

In 2003 is de leerlinggebonden financiering ingevoerd. Daardoor krijgen ouders meer keuzevrijheid ten aanzien van regulier of speciaal onderwijs. De basisscholen moeten zich hierin verder ontwikkelen.

 

De lumpsumbekostiging is vanaf 2006 een feit. De wijze van financiering legt veel initiatief en verantwoordelijkheid bij de scholen en biedt de directies de mogelijkheid verder te finetunen tussen strategische opties en beschikbare middelen.

 

Voor besturen en scholen moet het integraal personeelsbeleid nader gestalte krijgen. De CAO Primair Onderwijs geeft aan de scholen / bevoegd gezag meer ruimte om eigen beleid te voeren, bijvoorbeeld:

·         taak- of functiedifferentiatie;

·         een nieuw ‘functiehuis’;

·         een beperkte of uitgebreidere managementlaag;

·         meer vakleerkrachten bewegingsonderwijs (MBO of ALO?) nu afgestudeerden van de pabo niet meer bevoegd zijn;

·         grotere groepen met meer medewerkers in ondersteunende functies of kleinere groepen;

·         ondersteunende disciplines op stichtingsniveau benoemen of inhuren zonder langdurige verplichtingen?

Vergrijzing gaat over enkele jaren volgens landelijke prognoses leiden tot een leraren- en directeurentekort. Kunnen we door leeftijdsbewust personeelsbeleid medewerkers langer binden en hoe kunnen we als school en Stichting studenten een boeiende leerwerkplek aanbieden en een aantrekkelijke werkgever zijn?

 

Vanuit de Lokale overheid

Gemeenten voeren lokaal onderwijsbeleid. Besturen zijn gesprekspartners als het bijvoorbeeld gaat over huisvestingsbeleid, brede school, verkeersonderwijs, veiligheid op school, culturele vorming w.o. muziekonderwijs en voorzieningen die een bijdrage leveren aan het wegwerken van onderwijsachterstanden.

 

Maatschappij

Vanuit de maatschappij wordt een sterk beroep gedaan op het primair onderwijs om

de basisvaardigheden aan te leren. Deze vormen immers een voorwaarde om ander leren mogelijk te maken.

Van het onderwijs wordt tevens gevraagd, dat zij de kinderen voorbereiden op hun plaats in de samenleving. Dit vereist van de scholen dat zij zich openstellen voor maatschappelijke ontwikkelingen. Topics die de laatste jaren vanuit de samenleving zich sterk aandienen zijn: cultuureducatie en erfgoed (ook: de geschiedeniscanon), actief burgerschap, sociale integratie, techniek, verkeersgedrag, gezonde voeding en bewegen.

Er wordt meer een beroep gedaan op een goede communicatie met maatschappelijke instellingen. De scholen ontwikkelen zich mede onder deze maatschappelijke verschijnselen van gesloten naar open systeem. De brede school past binnen deze gedachte.

Een andere trend is de vernieuwde aandacht voor de ontwikkeling van normen en waarden. Voor de school is een belangrijke rol weggelegd.

De school legt verantwoording af aan bevoegd gezag, ouders en inspectie. Het besef groeit dat het nuttig is met ook andere belanghebbenden te communiceren. Bevoegde gezagen moeten middels een jaarverslag verantwoording aan de overheid afleggen voor de besteding van publieke middelen. Het informeren van andere partijen door zo’ n verslag of in een andere vorm is voor bestuur en scholen een interessant item, te benoemen als meervoudige publieke verantwoording. Scholen komen steeds meer in het centrum van de samenleving te staan.

 

Ouders

Ouders willen op de eerste plaats veiligheid en geborgenheid voor hun kind. Tevens verwachten zij dat de kinderen de basisvaardigheden leren om met succes deel te kunnen nemen aan het vervolgonderwijs.

De school wordt door de ouders anders benaderd dan vroeger. Ouders voelen zich meer betrokken bij het reilen en zeilen van de school. De school ziet de ouders in toenemende mate als kritische klant en constructieve partner en wil daarom haar aanbod meer afstemmen op de wensen van de ouders. Het idee van partnerschap tussen school en ouders bij de opvoeding van de kinderen krijgt steeds meer bijval.

178148 bezoekers Sitemap | Vernieuwd | Zoeken Inloggen