Hoofdstuk 2: DOELEN EN RESULTATEN
 
 
 
 

2.1.    Historie en toekomst

 

Het Palet is ontstaan uit een fusie van de Regenboog en de Mariaschool op 1 augustus 1992. Beide scholen zaten verspreid over vier gebouwen in het centrum van Hapert. Vooruitlopend op de fusie gingen beide scholen op 22 mei 1992 naar één locatie: het grotendeels nieuwe schoolgebouw aan de Bernhardstraat. Na 1992 zijn er in 1999 en 2001 nog drie groepslokalen bijgebouwd.

Bij de viering van ons 3e lustrum (half oktober 2007) konden we – na een aanzienlijke uitbreiding van het schoolgebouw – tevens de heropening van de school vieren. Door de uitbreiding met nog eens 4 lokalen hebben we geen groepen meer gehuisvest op een dislocatie. Het gebouw is verder aangepast aan de eisen die wij aan ons onderwijs stellen. Inmiddels beschikt de school over meer dan 20 ruimtes en werkplekken anders dan groepslokalen, waar leerlingen

·         specifiek onderwijs kunnen volgen (handenarbeidlokaal, computerlokaal, documentatiecentrum, speelzaal, sporthal);

·         of individueel (stiltestudielokaal);

·         of in kleine groepen / zelfstandig (aula, computerhoeken, werkplekken);

·         of onder begeleiding kunnen werken (studieruimtes, orthotheek, spreekkamer).

In de groepen 3 t/m 8 zijn digitale borden geplaatst, zodat ook bij groepsinstructies digitale informatiebronnen direct beschikbaar zijn. In de nieuwe, ruime teamkamer zijn diverse computer-werkplekken voor leerkrachten en studenten. Verder wordt de ruime teamkamer niet gebruikt voor zware arbeid of plenaire teamvergaderingen, maar om louter te ‘loungen’. Het is de enige  ruimte  die  op de eerste verdieping gelokaliseerd is en – iets  verheven  boven de werkvloer – een oase van rust is. Vandaar wellicht de overwegend ontspannen uitstraling van de meestal bruisende Paletmedewerkers.

Behalve dat we met beide scholen wilden fuseren om praktisch-logistieke redenen, waarbij het mogelijk werd een optimale gebouwelijke infrastructuur te realiseren, wilden we ook maximaal inzetten op het professionaliseren van onderwijzend personeel en leidinggevenden. In een groter team kun je meer specialiseren en beter voor continuïteit zorgen.

Het Palet kenmerkt zich vanaf 1992 als een school die sterk gericht is op ontwikkeling en professionaliteit. De schoolmissie Veelzijdig leren om samen kleurrijk te leven is niet alleen van toepassing op de leerlingen, maar ook op de leerkrachten. Door open te staan voor de inbreng van ouders, van deskundigen, van collega’s van andere scholen, van studenten en door interactie met onze leerlingen zullen we blijven leren.

Op een school waar leraren zelf leren en zich verwonderen blijft het onderwijs in beweging.

Er is veel geïnvesteerd in het didactisch handelen van leerkrachten. Voor het inrichten van het onderwijs op maat van de leerling wordt van de leerkrachten een behoorlijke inspanning gevraagd. De afgelopen jaren lag de nadruk wat meer op de instrumentele vakken zoals lezen, rekenen en spelling. De komende jaren zullen we in de schoolontwikkeling ook meer accenten leggen op kunstzinnige vorming en cultuureducatie en ons nog meer op de omgeving richten. Er is buiten de schoolmuren veel te doen en ook veel te halen. We zullen als team niet alleen aan de vergadertafel ideeën opwerpen, maar zelf in contact met de directe schoolomgeving en met culturele instellingen, ideeën en ervaringen opdoen. De school is cultuurdrager en leerkrachten zijn cultuuroverdragers. Door op een actieve manier kinderen in te leiden in de samenleving en zich ermee te laten identificeren, door hen vertrouwen te geven om zelf te ontdekken en creatief te zijn, zullen zij betrokken worden op hun leefomgeving en kan verantwoordelijkheid groeien.

 

Andere items die de komende jaren om uitwerking vragen:

  • naschoolse activiteiten
  • meervoudige publieke verantwoor-ding
  • passend onderwijs
  • techniekonderwijs
  • sociaal-emotionele ontwikkeling

 

 

2.2.    Leerlingenpopulatie en schoolomgeving

 

Hapert behoort sinds 1 januari 1997 tot de gemeente Bladel (ruim 19.000 inwoners). De gemeente Bladel heeft een groot aanbod van voorzieningen op het gebied van onderwijs, zorg, sport, cultuur en recreatie. Industrie en dienstverlening zorgen samen voor ongeveer 10.000 arbeidsplaatsen.

Hapert heeft ongeveer 5.300 inwoners en grenst aan de plaatsen Casteren, Hoogeloon, Duizel en Bladel en verder aan uitgestrekte bos- en heidegebieden en weids agrarisch gebied. Vanzelfsprekend dat op het programma van ieder leerjaar minstens eenmaal per jaar een natuuractiviteit staat.

De woonwijken in Hapert zijn gevarieerd en ruim opgezet. Er is veel groen en er zijn diverse speelterreinen. Onze speelplaats op de hoek Bernhardstraat/Julianalaan is  ook na schooltijd een speelterrein dat voor iedereen toegankelijk is.

Hapert heeft een heel behoorlijk voorzieningenniveau. Wat kinderopvang en onderwijs betreft: er zijn twee kinderdagverblijven met mogelijkheid van voor- en naschoolse opvang, er is een peuterspeelzaal en er zijn twee basisscholen. Scholen voor voortgezet onderwijs zijn er in Bladel en Eersel.

De ouders komen voor een groot deel uit Hapert of omgeving. In veel gezinnen wordt de spreektaal met enige dialectische inslag verrijkt. Het lijkt voor de meeste kinderen geen belemmering te zijn om zich te uiten in de voertaal van de school: Standaardnederlands. Wel onderkennen we als school dat woordenschat en lezen extra gestimuleerd moeten worden. Tot 1993 had Hapert geen bibliotheek. Als basisschool hebben we daarom extra geïnvesteerd in een goed voorziene schoolbibliotheek. Ook na 1993 zijn we hierin blijven investeren. In 1999 is de schoolbibliotheek uitgebreid tot een mediatheek en sinds 2004 hebben we een digitaal uitleensysteem. Door inzet van ouders hebben we een permanente uitleen tijdens de schooluren. De boeken uit de schoolbibliotheek mogen mee naar huis genomen worden. Er is een prima samenwerking met de plaatselijke bibliotheek, waarmee we ook gezamenlijke leesprojecten organiseren.

Van de schoolpopulatie van Het Palet is 2 à 3 procent van de kinderen van allochtone afkomst. Het integreren van allochtone leerlingen levert voor de school geen problemen op. Als extra ondersteuning nodig is, doet de groepsleerkracht een beroep op een interne begeleider die een ondersteunende leerkracht of onderwijsassistente kan toewijzen. De school heeft veel ervaring met het begeleiden van kinderen met leerlinggebonden financiering (het zogenaamde ‘rugzakje’).

Doordat leerkrachten steeds meer bedreven worden in arrangeren van diverse leertrajecten, plukken meerbegaafde leerlingen daar ook de vruchten van.

Op cultureel gebied, zeker als het om de grotere musea en theaters gaat, zijn de inwoners van Hapert het meest aangewezen op Eindhoven (22 km) en Tilburg (25 km). De meeste van onze leerlingen komen daar sporadisch mee in aanraking. Daar ligt voor de school een taak. We werken altijd mee aan bekendmakingen van culturele of sportieve aard van plaatselijke verenigingen, maar ook van jeugd-voorstellingen in De Kempen, Eindhoven of Tilburg.

Voor opvoeringen maken we meestal gebruik van Den Tref in Hapert, een prima geoutilleerd gemeenschapshuis met een theaterzaal met plaats voor 400 toeschouwers, zodat behalve kinderen ook ouders uitgenodigd kunnen worden. Hiervan hebben we jaarlijks profijt bij de afscheidsmusical van groep 8.

In groep 4 en 5 krijgen de kinderen Voorbereidend Instrumentaal Onderwijs (VIO) met in groep 5 aansluitend aan de schooltijd blokfluitles. Deze lessen zijn op vrijwillige basis met voor de ouders enkel de kosten voor blokfluit en lesboek. Sinds we VIO op onze school hebben ingevoerd, zijn meer kinderen doorgegaan met het bespelen van een instrument. De plaatselijke harmonie met eigen jeugdafdeling houdt jaarlijks een voorspeelochtend op onze school of in Den Tref.

In groep 7 en 8 wordt de handenarbeidles verzorgd door een vakleerkracht.

Op het excursie-jaarprogramma staan o.a. de Heemkamer in Bladel, het Historisch Openluchtmuseum, het Milieu Educatie Centrum in Eindhoven, Slot Loevestein en Delft.

Doordat in 2008 de Muziekschool in Bladel is gesloten, hebben wij muziekdocenten de mogelijkheid geboden na schooltijd muziekles te geven in onze school. Momenteel wordt lesgegeven op de piano, trompet, klarinet, dwarsfluit en saxofoon.

Het onderwijsprogram voor kunstzinnige vorming en inleiding in ons cultuur-historisch erfgoed dient de komende jaren verder inhoud te krijgen, waarbij we meer rendement uit onze schoolomgeving moeten halen. Vanaf 2010 gaan we ieder voorjaar een Palet- en/of techniekdag organiseren, waarbij we kunstenaars, hobbyisten en beoefenaars van allerlei ambachten uit Hapert en omgeving voor deze cultuurdag uitnodigen.

Sinds 1 september 2009 beschikt de gemeente Bladel over een marktplaatscoördinator Cultuur. Zij brengt de 9 scholen voor primair onderwijs en de school voor V.O. in contact met culturele instellingen en stimuleert het leren en inspireren van elkaar.

Iedere school heeft minstens één interne cultuurcoördinator (ICC-er). Tussen hen vinden enkele keren per jaar uitwisselingen plaats. De website “Cultuurpost Bladel” is sinds maart 2010 in de lucht: www.cultuurpostbladel.nl

 

 

2.3.    De leerkrachten

 

Leerkrachten op Het Palet willen leerlingen actief en gemotiveerd aan het onderwijs laten deelnemen, waarbij rekening gehouden wordt met individuele behoeften van leerlingen. Als een kind invloed heeft op zijn eigen leerproces, zal het meer betrokken zijn. Leerkrachten van Het Palet vinden individuele verschillen normaal en hebben hoge verwachtingen van de ontwikkeling van elk kind. Het gaat erom dat je als leerkracht de leerling zodanig ondersteunt en uitdaagt, dat het kind zichzelf kan ontplooien.

Naast pedagogische en didactische kwaliteiten wordt van leerkrachten op Het Palet verwacht dat zij over goede communicatieve vaardigheden beschikken, dat zij flexibel en daadkrachtig zijn en initiatieven tonen om de school verder te ontwikkelen. We anticiperen op veranderende onderwijskundige en maatschappelijke inzichten. Snelle veranderingen vragen van ons personeel extra inspanningen m.b.t. nascholing en interne professionalisering. De directie stelt leerkrachten en ondersteunend personeel ruimschoots in de gelegenheid na te scholen.

Naast de functies van groepsleerkracht, vakleerkracht handvaardigheid, muziek en bewegingsonderwijs zijn binnen de huidige schoolorganisatie de intern begeleiders (IB-ers) en de coördinatoren computeronderwijs niet meer weg te denken. De laatste jaren zijn er functies / taken bijgekomen zoals coördinator documentatiecentrum, onderwijsassistent, kwaliteitscoördinator en coördinatoren onder-, midden- en bovenbouw.

Iedere groepsleerkracht heeft naast zijn onderwijstaken een aantal groeps-overstijgende taken, zowel op onderwijsinhoudelijk als schoolorganisatorisch terrein.

Door een gericht intern mobiliteitsbeleid wisselen leerkrachten na enkele jaren van leerjaar, zodat zij regelmatig een nieuwe, frisse start kunnen maken en na verloop van tijd over een brede ervaring beschikken. Op het niveau van de 17 scholen van Onderwijsstichting KempenKind - waar onze school deel van uitmaakt - wordt ook externe mobiliteit bevorderd. Ook op andere scholen liggen uitdagingen en kan beschikbare expertise efficiënter worden ingezet. In het samenwerkingsverband van Weer Samen Naar School (34 basisscholen en één speciale basisschool) wordt al volop kennis uitgewisseld met name op het gebied van leerlingcoördinatie en zorg en interne begeleiding.

We hechten eraan dat directie en leerkrachten zich maximaal kunnen inzetten voor hun kerntaken. Vandaar dat wij veel waarde hechten aan de inzet van onderwijsondersteunend personeel zoals de medewerkers in de huishoudelijke, administratieve en conciërgedienst.

Na een jarenlange stilte op de arbeidsmarkt is er tegenwoordig op onze school een goede mix van jonge en ervaren, enthousiaste leerkrachten. Doordat we veel stageplaatsen beschikbaar stellen en Het Palet voor veel studenten als een aantrekkelijke stageschool bekend staat, hebben we bij vacatures tot op heden een ruime keuze uit zeer bekwame kandidaten.

 

 

2.4. Identiteit

 

Wij zijn een katholieke school en proberen in ons onderwijs daar invulling aan te geven. Naar onze overtuiging heeft de school nu en ook in de komende tijd, een tijd waarin materialisme en individualisering meer op de voorgrond staan, meer dan ooit een opdracht.

Het lijkt er soms op, dat in onze samenleving waarden en normen minder vanzelfsprekend en algemeen aanvaard zijn. Daarom is het van belang de kinderen - de dragers van de samenleving van de toekomst - een aantal vaste waarden en normen voor te houden. Waarheid, eerlijkheid, vrede, vrijheid, soberheid, eenvoud, dienstbaarheid, vergeving, liefde, respect, solidariteit en geloof in en hoop op de toekomst, op een betere wereld, zijn waarden en uitgangspunten van alle tijden. Ook stellingname tegenover agressie en geweld moet naar kinderen toe heel helder zijn. Dit alles dient geplaatst in katholiek-christelijk perspectief. Op deze wijze leveren wij als school een bijdrage aan de kwaliteit van leven.

Dit komt naar voren in de navolgende doelen:

·         We zijn een school, die werkend vanuit de katholieke grondslag, kinderen voorbereidt op deelname aan de maatschappij.

·         We staan als een eigentijdse katholieke school open voor andersdenkende ouders en kinderen.

·         We hechten veel belang aan het overdragen van waarden en normen.

·         We begeleiden kinderen en stimuleren hen in hun groei naar zelfstandigheid.

·         We willen kinderen zich laten ontwikkelen in een goed pedagogisch klimaat.

·         We houden in ons onderwijs rekening met elke individuele leerling. Kinderen vertonen verschillen: we vinden het onze opdracht daar zo goed mogelijk recht aan te doen.

·         We willen een school zijn die het morgen beter doet dan vandaag. Daarbij past een voortdurende reflectie op ons handelen en het voortdurend in ontwikkeling zijn. Kortom: we willen kwaliteit leveren.

Daardoor doet Het Palet geen andere dingen dan een niet-katholieke school, ook daar worden de voor ons belangrijke waarden nagestreefd. Deze waarden krijgen echter in christelijk perspectief een extra dimensie.

Toegespitst gaat het erom dat kinderen:

-       verantwoordelijkheid dragen voor eigen doen en laten én voor hun leefwereld;

-       rekening houden met elkaar;

-       elkaar serieus nemen, zorg dragen voor elkaar;

-       oog krijgen voor de ‘zwakken’ in de eigen groep en verder weg;

-       gevoelig worden voor de religieuze dimensie van het bestaan, m.a.w. met verwondering in het leven staan.

Toegespitst naar leerkrachten betekent dit dat zij o.a.:

-       positieve verwachtingen hebben van hun onderwijs en van de mogelijkheden van hun leerlingen;

-       met liefde voor het vak en voor de kinderen proberen op een kindvriendelijke manier ‘eruit te halen, wat erin zit’;

-       zich gezamenlijk verantwoordelijk voelen voor alles wat er op school gebeurt; er ‘teamwork’ van maken.

 

 

2.5.     Waar de school voor staat

 

Ons logo, het palet met de drie basiskleuren, verwijst zowel naar ons onderwijs als naar de kinderen en leerkrachten die er inhoud aan geven. Op een palet doet de schilder de verschillende kleuren verf, die hij nodig heeft voor het maken van een schilderij. Met de drie basiskleuren - rood, geel en blauw - kan de schilder oneindig veel kleuren maken. Met de basiskleuren op je palet heb je nog geen mooi schilderij.

Op Het Palet zijn de kinderen de kleuren. Kinderen en leerkrachten maken samen het schilderij, waarin steeds andere vormen en kleuren te ontdekken zijn. We willen geen school zijn die grijs en grauw is, maar een school die kleurrijk en boeiend is. Kort en bondig staan wij voor:

 

"Veelzijdig leren om samen kleurrijk te leven"

 

We leren niet om te leren, we leren om te leven. Naast het cognitieve leren vinden we het sociale leren, het goed om kunnen gaan met anderen en ook het van elkaar leren, zeker zo belangrijk. Kinderen leren niet alleen met hun hoofd, zij leren ook met hun hart en handen. Sommige kinderen leren gemakkelijker door praktisch bezig te zijn, of door dingen uit te proberen, dan door het lezen van een boek of het luisteren naar een instructie. Daaraan komen we in toenemende mate tegemoet.

In groep 1/2 werken we vanuit de principes van ontwikkelingsgericht onderwijs. Eigen initiatief, zelfstandig werken en uitgaan van de interesses van kinderen geven doorlopend impulsen aan de ontwikkeling. De betrokkenheid van het kind wordt vergroot door voor hen betekenisvolle situaties aan te bieden. In deze uitdagende leersituaties kan de leerkracht door voortdurend observeren de ontwikkeling van kinderen op de voet volgen en waar nodig ondersteunen en bijsturen. De principes van ontwikkelingsgericht onderwijs en van adaptief onderwijs (onderwijs op maat) zijn ook een bron van inspiratie voor de groepen 3 t/m 8.

We zien deze principes het duidelijkst vorm krijgen in:

·         contractwerk (zelfstandig werken in aangepaste programma’s),

·         het werken met groepsplannen,

·         het realistisch reken- en wiskundeonderwijs,

·         het adaptieve leesonderwijs,

·         het maken van werkstukken,

·         het houden van spreekbeurten,

·         de creatieve vakken,

·         het werken met een logboek/portfolio dat het unieke eigen leerproces weergeeft.

 

 

2.6.    Doelen en resultaten

 

Wij streven ernaar dat kinderen op onze school steeds zelfstandiger probleem-oplossend kunnen handelen. We stimuleren daartoe hun creatieve ontwikkeling in denken en doen. Zij moeten zelfstandig en kritisch informatie kunnen verwerven en daar ook verslag van kunnen doen. Zelfstandigheid in een probleemoplossend proces vraagt van kinderen dat ze een basispakket van kennis en vaardigheden beheersen en kunnen toepassen.

Naast leerinhouden hechten we veel belang aan de persoonlijkheidsvorming van de kinderen. Daarbij is onze aanpak niet alleen gericht op het welslagen van de leerling zelf, maar ook op het welzijn van anderen en op het samenleven met anderen. We willen ons onderwijs zodanig inrichten dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces doorlopen. Wij stemmen ons onderwijs steeds meer af op de voortgang in de ontwikkeling van de leerlingen. Waar het mogelijk en functioneel is beoordeelt de leerkracht gedrag en de prestaties samen met de leerlingen. Juist de gezamenlijk reflectie maakt dat leerlingen ook echt inzicht in hun handelen en de effecten daarvan krijgen.

De leerprestaties worden veelzijdig beoordeeld: in relatie tot de behandelde leerstof of gegeven opdrachten, ontwikkelingsniveau, zelfstandigheid, netheid, inzet. Vanaf groep 5 krijgen kinderen naast omschreven kwalificaties ook cijfers voor hun leerprestaties. Deze worden driemaal per jaar in een rapport weergegeven. Ouders worden in de gelegenheid gesteld deze met de leerkrachten te bespreken.

Behalve van methodegebonden toetsen maken we ook gebruik van signaleringstoetsen uit het Cito-leerlingvolgsysteem – met een landelijke normering – waarmee we behalve de individuele vorderingen van een kind over meerdere jaren ook de vorderingen van de groepen volgen en evalueren. De meest recente uitslagen van de toetsen uit het Cito-leerlingvolgsysteem worden in alle leerjaren op het rapport vermeld.

 

 

2.7.     Pedagogisch klimaat

 

Kinderen moeten zich veilig voelen op school. Dan ontwikkelt een kind zich het beste. We geven hier vorm aan door een warme, rustige werksfeer te scheppen waarin kinderen en leerkrachten zich thuis voelen. We zorgen op Het Palet voor een ongedwongen sfeer, waarin leerkrachten met respect en waardering omgaan met kinderen. Dit verwachten we ook van de kinderen in de omgang met elkaar. We hebben veel aandacht voor de kinderen en leven mee met zowel fijne als verdrietige gebeurtenissen.

We hechten veel belang aan regelmaat en orde, omdat daarmee een veilige werkplek gecreëerd wordt. Dat doen we door samen met de kinderen afspraken en regels vast te leggen, zodat ze zelf leren zorgdragen voor een sfeer waarin iedereen zich fijn voelt. De regels geven aan wat niet mag, maar ook welk gedrag juist wèl op prijs wordt gesteld.

Een prettige manier van omgaan met elkaar is iets wat niet vanzelf ontstaat: kinderen moeten dat leren. Het is iets waar we elke dag mee bezig zijn. We merken daarbij ook dat er verschillen zijn tussen kinderen: sommige kinderen leren het heel gemakkelijk, haast spelenderwijs, terwijl andere kinderen er veel moeite mee hebben. Net zo goed als kinderen met rekenproblemen extra hulp nodig hebben, hebben kinderen met omgangsproblemen dat ook nodig. We doen dat door te luisteren naar kinderen, door met ze te praten en door kinderen onder begeleiding met elkaar te laten praten. Kinderen hebben er hun hele leven profijt van wanneer ze geleerd hebben om problemen, ruzies of irritaties uit te praten. Wanneer kinderen leren hoe ze problemen onder woorden kunnen brengen, hoe ze kunnen vertellen waarom ze boos of verdrietig zijn of hoe het kwam dat er ruzie ontstond, is het gemakkelijker om begrip op te brengen. We maken daarbij duidelijk wat wel en wat niet kan. Meestal is dat iets wat ze zelf al vonden bij het maken van de regels en afspraken aan het begin van het jaar. Soms ook voegen we in de loop van het jaar nog enkele afspraken toe. We zoeken samen met de kinderen naar mogelijkheden om in het vervolg beter met een dergelijke situatie om te gaan.

Soms hebben leerlingen extra ondersteuning hierbij nodig. Ook deze proberen we dan te bieden door de inzet van onze IB-er of externe deskundigen.

Sfeer is je thuis voelen. Wat de inrichting betreft bepalen aparte werkhoeken en werkstukken van de kinderen voor een groot deel de sfeer. Daarbij hechten we wel aan orde en rust. De opstelling van de tafels is functioneel en wisselt afhankelijk van de activiteit.

 

 

2.8.    Sfeeractiviteiten

 

Om het jaar houden we voor de kleutergroepen een kleuterfeestdag met een bepaald thema zoals sprookjes, poppentheater enz. Het andere jaar staat er een uitstapje naar een speeltuin of iets dergelijks op het programma.

De groepen 3 t/m 7 gaan op schoolreis.

De groepen 8 gaan in een van de laatste schoolweken op schoolkamp. Ze gaan of van maandag t/m woensdag of van woensdag t/m vrijdag. De kinderen sluiten zo op een actieve en gezellige manier hun 8-jarige basisschoolperiode af.

Daarna volgt nog een afscheidsavond waar ook ouders, broers en zussen uitgenodigd worden en alle leerkrachten aanwezig zijn. Ook aan andere activiteiten zoals het sinterklaasfeest, de kerst- en paasviering en carnaval besteden we veel aandacht. De ouderraad levert een belangrijke bijdrage in de organisatie.

 

 

2.9.     Kwaliteit van het onderwijs

 

Op een aantal manieren werkt Het Palet aan verdere kwaliteitsverbetering: door het actualiseren van lesprogramma’s en projecten, nascholing en coaching van personeel, het consequent volgen en evalueren van de resultaten van de leerlingen en het verder ontwikkelen van het onderwijs met behulp van een schoolplan, waarin de beleidsvoornemens voor de komende jaren zijn opgenomen.

Het team werkt jaarlijks aan een aantal onderwijsverbeteringen. Dit gebeurt op team- en bouw- (groep 1/2, 3/4, 5/6, 7/8) en leerjaarniveau. Deze verbeterpunten zijn opgenomen in de meerjarenplanning van het schoolplan.

Elk jaar houden we voor onze ouders een schoolconferentie. Op deze avond gaan we in dialoog met onze ouders over de veranderingsonderwerpen en andere boeiende thema’s voor ouders. Ook komt hierbij aan de orde welke veranderingen voor de komende jaren gewenst zijn. Naast belangstellende ouders zijn deelnemers aan deze avonden; leden van schoolraad, medezeggenschapsraad, ouderraad en personeel.

De directie evalueert ook jaarlijks met iedere leerkracht individueel de onderwijsontwikkelingen tijdens een ontwikkelings- of functioneringsgesprek. Bij de invoering van veranderingen laten we ons ondersteunen door professionele begeleiders, o.a. van SBD Giralis Groep, SOM Tilburg, Fontys Eindhoven/Tilburg. Omdat kwaliteitsverbetering een continu proces is, heeft de school een kwaliteitscoördinator aangesteld (Philip Spooren). Hij draagt er zorg voor dat we systematisch de kwaliteit van ons onderwijs verbeteren. Tegenvallende resultaten of ontevredenheid van ouders moeten gesignaleerd worden. Kleine verbeterpunten worden direct aangepakt, grotere punten worden in een planning opgenomen. De verschillende onderwijs-veranderingen binnen de school worden op elkaar afgestemd in een jaar- en een meerjarenplan. Datgene wat we beloven te doen, moet ook uitgevoerd worden. Datgene wat we goed doen, moeten we vasthouden. De resultaten van de onderwijsveranderingen van het vorig schooljaar en de voorgenomen onderwijs-veranderingen voor het lopende schooljaar staan in de volgende twee hoofdstukken.

 

 

2.10.               Terugblik resultaten 10/11

 

In de meerjarenplanning stonden voor het afgelopen schooljaar tientallen grote en kleinere veranderacties gepland. Deze zijn grotendeels gerealiseerd. Enkele actiepunten lopen dit schooljaar nog door.

Voor een meer gedetailleerde omschrijving van de opbrengsten op leerjaar- of bouwniveau zijn de evaluaties van de B(ouw) O(ntwikkelings) P(lannen) op school in te zien. Ook kunnen de evaluaties van de verschillende inhoudelijke werkgroepen worden geraadpleegd. Informeer hiervoor bij directie of kwaliteitscoördinator.

Een toelichting op de belangrijkste veranderonderwerpen op schoolniveau met een aantal gerealiseerde opbrengsten (cursief gedrukt):

 

1. Het didactisch ontwerp:

Het versterken van het didactisch ontwerp middels verdere ontwikkeling van groepsplannen. Ook dit schooljaar wordt deze opnieuw gekoppeld aan de invoering van de 1-zorgroute.

 

Speerpunten voor 2010-2011:

·         De koppeling aan ontwikkelingsperspectieven van leerlingen.

·         Het doorontwikkelen van leerlijnen en vaststellen van onderwijsbehoeften.

·         De koppeling aan digitalisering m.b.v. administratiesysteem ParnasSys.

·         De koppeling aan competentie-ontwikkeling, competenties 1-zorgroute en PPOP (professioneel persoonlijk ontwikkelingsplan) leerkrachten.

·         De koppeling met cyclus van handelingsgericht werken; IB-ers volgen training bij WSNS Bladel.

·         Iedere bouw kiest opnieuw een of twee thema’s voor invoering 1-zorgroute: in BOP opnemen.

 

Er is een begin gemaakt met het opstellen van ontwikkelingsperspectieven door de IB. Deze perspectieven zijn opgesteld voor de zorgleerlingen. Dit perspectief geeft de ontwikkelingslijn per vakgebied weer die het kind moet volgen. In overleg met leerkracht, ouders, IB en AB en op basis van (toets)gegevens komt dit perspectief tot stand.

De ervaringen die we dit schooljaar hiermee hebben opgedaan vormen de basis voor de verdere implementatie van het koppelen van ontwikkelingsperspectieven aan de manier waarop het werken met groepsplannen in praktijk wordt gebracht. Het administratiesysteem ParnasSys zal hierbij ondersteunend zijn.

Alle leerkrachten hebben het competentieprofiel behorend bij de 1-zorgroute ingevuld. Hieruit zijn ontwikkelpunten voortgekomen op bouw- en leerkrachtniveau. Deze punten zijn opgenomen in het BOP en het PPOP en hieraan zijn acties gekoppeld die op beide niveaus zijn geëvalueerd. Het competentieprofiel wordt elk schooljaar opnieuw ingevuld.

Onze IB-ers hebben een training gevolgd binnen het WSNS-samenwerkingsverband Bladel om de cycli binnen de 1-zorgroute te kunnen implementeren binnen school. Deze training is afgerond. Volgend schooljaar vinden er nog enkele netwerkbijeenkomsten plaats in dit kader.

 

2. Het pedagogisch ontwerp: sociaal-emotionele ontwikkeling (SEO)

Het doorontwikkelen van het pedagogisch ontwerp. Veranderonderwerpen die hierin verder doorontwikkeld worden zijn: invoering SEO-methode Kinderen en hun sociale en morele talenten, portfolio, rapportage, coöperatief leren, reflecteren met leerlingen.

De werkgroep SEO begeleidt de invoering van sociale en morele talenten.

De werkgroep identiteit/ levensbeschouwing heeft leerlijnen uitgewerkt, waarbij per leerjaar leerdoelen en projecten uitgewerkt zijn. Dit wordt i.s.m. werkgroep SEO in een jaarplan uitgezet.

De werkgroep portfolio heeft afgelopen jaar doorgewerkt met de bijgestelde portfolio’s uit 2009. Voor het komende schooljaar wordt dit opnieuw kritisch beschouwd en bijgesteld. Steeds wordt hierbij de koppeling aan de manier van rapporteren meegenomen.

 

Speerpunten voor 2010-2011:

·         In onderbouw (1-4): accent op ontwikkeling sociale talenten.

·         In bovenbouw (5-8): accent op ontwikkeling morele talenten.

·         Bewuster de koppeling maken van burgerschapsvorming met sociale en morele talenten.

·         SEO en levensbeschouwing; in jaarplanning onderbrengen van activiteiten en projecten.

·         Portfolio doorontwikkelen, gekoppeld aan rapportage.

·         Participatie Palet aan ontwikkelen leerstandaarden voor Burgerschap in het basisonderwijs i.s.m. Cito / PPON.

 

SEO

De gehanteerde planning van SEO-projecten - in combinatie met levensbeschouwing en logboek/portfolio - en de uitvoering ervan is goed bevallen, zowel qua frequentie als in omvang. Aandachtspunt voor elke bouw: inhoudelijke evaluatie van de projecten opnemen in agenda bouwoverleg.

Eenregel van de maand’ is ingevoerd. Dit is twee keer toegepast. We blijven dit breed uitdragen, zowel binnen school (per klas) als naar buiten (ouders).

 

Levensbeschouwing

Projecten: naar een geschikt (derde) project rondom bijbelverhalen is gezocht, maar dit heeft nog geen resultaat opgeleverd. Daarnaast blijft de werkgroep zoeken naar kerst- en paasprojecten die nog beter aansluiten bij de SEO-onderwerpen/projecten.

Contactmomenten parochie: vanuit leerjaar 6 is er behoefte aan een nieuwe invulling.

 

Burgerschapsvorming

Het eindrapport t.a.v. de pilot Scholenpanels Burgerschap is in Dico en SR+ besproken. De aandachtspunten zijn verwerkt in de meerjarenplanning. Ook een verslag van de inspectrice over haar bezoek in het kader burgerschapsvorming is in dit eindrapport opgenomen.

Twee collega’s hebben meegewerkt aan een eendaags-onderzoek van het Cito i.v.m. het ontwikkelen van een burgerschapstoets voor leerlingen in de bovenbouw.

 

 

 

Seksuele educatie

Reacties van leerkrachten t.a.v. dit project zijn positief. Aandachtspunt groep 8: regelmatig te weinig computers beschikbaar, o.a. vanwege digitale toets-weken.

Reacties van ouders op de ouderbrief: niet of nauwelijks. Deze wordt elk schooljaar meegegeven, kort voorafgaand aan het project.

 

Portfolio

Het werken met SEO-bladen in de groepen 3 en 4 functioneert goed. Ook het blad dat groep 4 voor elk rapport heeft gemaakt om kinderen zelf te laten reflecteren werkt prima. Dit is aangepast aan het materiaal van groep 5.

De groepen 5 hebben gewerkt met de twee mappen, logboek en portfolio. Dit is voor de kinderen overzichtelijker en meer geordend. Het neemt wel veel opbergruimte in beslag. Deze groepen werken ook met rapportreflectie. Leerlingen vullen een eigen rapport in en krijgen een reflectiegesprek n.a.v. het rapport. Reflectiegesprekken vinden plaats n.a.v. evaluatie/reflectie van het leerdoel. Als het schriftelijk gebeurt, dan is dit met behulp van duidelijke reflectievragen.

De groepen 6 hebben ook met de twee mappen gewerkt. Dit is inderdaad overzichtelijker, maar nog steeds niet de ideale werkvorm. Het reflectiegedeelte is teveel schrijfwerk en vaak te moeilijk voor te veel leerlingen. Enkele aanpassingen zijn gedaan; hier wordt volgend schooljaar mee gestart. Belangrijkste veranderingen/ toevoegingen:

·        Een duidelijke rapportreflectie

·        Minder schrijfwerk bij leerdoelen

·        Duidelijke vraagstelling aan ouders in het reflectiegedeelte in het logboek.

In de groepen 8 is gewerkt met een portfolio op A3-formaat. Kinderen, leerkrachten en ouders zijn hier erg tevreden over. Volgend jaar gaat ook groep 7 hiermee beginnen.

Leerkrachten in 7 en 8 zijn niet tevreden over het reflectiegedeelte in het logboek. Eigenlijk hetzelfde argument als in groep 6: het is teveel schrijfwerk. Er wordt gezocht naar andere reflectieopdrachten die in het logboek kunnen.

Ook in de groepen 5 t/m 8 vindt iedereen reflectiegesprekken belangrijk, maar het blijft moeilijk om dit op een goede manier uit te voeren.

Het verder ontwikkelen van reflectie-vaardigheden bij leerkrachten blijft een belangrijk punt.

 

3. Het betekenisvol ontwerp:

In het betekenisvol ontwerp wordt een programma-aanbod gerealiseerd van betekenisvol onderwijs, met als deelonderwerpen:

Cultuureducatie: kunstzinnige en creatieve vorming.

Techniek.

Meervoudige intelligentie.

Plaats van het programma Topondernemers en wereldoriënterende vakken in het schoolprogramma.

Het voortzetten en uitwerken van ateliers.

Het werken met TOM (team op maat).

 

Speerpunten voor 2010-2011:

·         Voortzetting activiteiten kunstzinnige en creatieve vorming.

·         Op studiedag van 18 maart 2011: beeldvorming betekenisvol onderwijs 2011-2015.

 

Terugkerende activiteiten rondom kunstzinnige en creatieve vorming zijn opgenomen in het jaarprogramma van de verschillende leerjaren.

De studiedag van 18 maart is inhoudelijk anders ingevuld.

De vervolgaanpak rondom ‘beeldvorming betekenisvol onderwijs’ is opgenomen in een projectplan voor 2011-2015 (zie schoolplan).

 

Ateliers / coöperatief leren

In de groepen 1-2 verliep de invoering van het atelierwerk met daarin opgenomen coöperatief leren, techniek, dans, muziek en cultuureducatie erg intensief. Leerkrachten moeten goed kijken naar de themaplanning; wekelijkse toepassing is niet haalbaar. Alle onderwerpen komen wel volop aan bod tijdens het thematisch werken.

In de groepen 3-4 is het toepassen van het coöperatief leren niet van de grond gekomen.

Volgend schooljaar wordt het onderwerp opnieuw opgenomen in het BOP.

Tijdens ateliers hebben leerlingen van groep 3 o.a. basisvaardigheden ‘Werken in Word’ geleerd. Groep 4 heeft deze vaardigheden tijdens mediatheektijd verder ontwikkeld.

In de groepen 5 t/m 8 heeft iedereen coöperatief leren toegepast. Verschillende werkvormen zijn gebruikt. Volgend schooljaar wordt in ieder geval één afgesproken werkvorm gecontinueerd, zodat die steeds beter bekend is/wordt bij de kinderen. Volgend schooljaar tijd inplannen in bouwoverleg voor uitwisselen good practices.

 

Techniek

In bouw 5-6 geeft men aan dat het moeilijk is om goede keuzes in het rooster te maken, omdat de technieklessen in de plaats van iets anders moeten komen. In deze bouw is jaren bouwdoorbrekend gewerkt met workshops/ateliers. Op de een of andere manier is dat weggeëbd, terwijl daar een grote tijdswinst valt te behalen voor de creatieve vakken en techniek. Dit wil men volgend schooljaar weer oppakken.

In bouw 7-8 moeten de technieklessen structureel worden ingepland en uitgevoerd. Dit jaar is dit nog onvoldoende gerealiseerd. Een registratieblad is hiertoe ontwikkeld. Volgend schooljaar moeten we erop toezien dat het ook gebruikt wordt.

 

Programma Topondernemers (gr. 5-8)

Voor een goede uitvoering van het programma heeft bouw 5-6 extra ondersteuning en begeleiding nodig, zowel voor de cognitief zwakkere als sterkere leerlingen. Topondernemers als onderdeel van contractwerk is niet de oplossing gebleken, omdat leerlingen er te weinig leerrendement uithalen als zij er zelfstandig mee aan de slag moeten. Hier zouden ouders bij kunnen ondersteunen of onderwijsassistenten of leerkrachten die voor extra ondersteuning ingezet kunnen worden.

In alle groepen 7 en 8 wordt met Topondernemers gewerkt. N.a.v. het bezoek aan bs De Hoogakker in Nuland wordt een groepsmap Topondernemers ontwikkeld. Hierin worden afspraken gemaakt over de te volgen weg.

 

Wereldoriënterende vakken (W.O.)

De wensen van het team t.a.v. nieuw aan te schaffen methoden voor aardrijkskunde, geschiedenis en natuur zijn in kaart gebracht.

Een eerste oriëntatie door een werkgroep heeft plaatsgevonden, o.a. door een verdieping in evaluaties van diverse methoden en een bezoek aan een schoolboekhandel. Hierbij heeft men zich laten informeren over een selectie van methodes.

 

4. Zorgplicht – passend onderwijs en inclusie:

Met het team oriënteren op de nieuwe wetgeving ‘zorgplicht’ en de pijlers van passend onderwijs. Opvattingen delen over (de mate van) inclusie als ideologie om deze wetgeving vorm te geven. In het schooljaar 2008-2009 is dit gestart met een ouderavond. Dit schooljaar zal hierover ook beeldvorming met het team als voortzetting nodig zijn. Vertaald naar concrete pijlers en doelgerichtheid voor de schoolontwikkeling in de komende jaren.

 

Speerpunten voor 2010-2011:

·         Bij start invoering passend onderwijs: pijlers en doelen met team vaststellen.

·         Zorgprofielen verkennen en doelgerichtheid op ontwikkeling naar de ‘inclusieve school’.

·         Zorgleerlingen en de financiële stroom daaromheen goed regelen: i.o.m. WSNS Bladel.

·         Aandacht voor specifieke doelgroepen: Down, Begaafdheid, dyslexie, e.a.

 

Op stichtingsniveau heeft elk schoolteam zich op een studiedag in oktober georiënteerd op de vier zorgniveaus die binnen passend onderwijs onderscheiden worden.

Als Paletteam herkenden we ons als een grotendeels brede zorg-school.

De financiële stroom rondom zorgleerlingen is in de meeste gevallen naar wens en behoefte gerealiseerd. Hier is naast de inzet van wekelijkse extra begeleiding o.a. een sova-training voor rugzakleerlingen uit bekostigd.

T.a.v. specifieke doelgroepen: dit schooljaar hebben we ons vooral gericht op het maken en uitvoeren van schoolbrede afspraken op het gebied van dyslexie (diagnose en onderwijsbehoeften). Daarnaast zijn er extern behandeltrajecten opgestart voor kinderen met dyslexie. Intern is gestart met een faalangstreductietraining “Je bibbers de baas” voor leerlingen in groep 7 en 8. Dit heeft een positieve verandering teweeg gebracht bij de deelnemende kinderen.

D.m.v. een onderzoek van één van onze masterstudenten (vier in totaal dit jaar!) zijn er aanbevelingen gedaan en is een aanzet gegeven tot het starten van een traject voor meer/hoogbegaafden.

Samen met de gemeente Bladel is een traject voor neveninstromers opgestart: dit zijn leerlingen die minder dan een jaar in Nederland zijn en niet of nauwelijks de Nederlandse taal spreken. Directie en enkele leerkrachten hebben zich verdiept in deze problematiek, o.a. door een bezoek aan basisschool De Wereldwijzer in Eindhoven, een speciale school voor neveninstromers. M.i.v. het volgende schooljaar is aan alle voorwaarden voldaan om dit traject voort te zetten. Ook de doelgroep (lln. van 6-13 jr.) in de gemeente Reusel-De Mierden zal hiervoor worden benaderd en wellicht is ook Eersel (of enkele kerkdorpen) geïnteresseerd.

 

Invoering nieuw zorgsysteem 1-zorgroute:

Het versterken van de leerlingzorg/zorgstructuur, aan de hand van de invoering van de 1-zorgroute. Deze invoering leidt tot een nieuw systeem voor zorg en leerlingbegeleiding en voor de taken en rollen van interne begeleiders, op de gebieden:

- nieuwe structuur IB en leerling-begeleiding;

- interne zorgstructuur: van groepsbesprekingen naar leerlingbesprekingen;

- extern handelen: i.s.m. en afstemming met ambulante begeleiding (AB) en orthopedagoog, handelingsgericht denken en handelingsgericht werken;

- als afgeleide structuur: professionalisering van leerkrachten in begeleide intervisie.

 

Invoering nieuw zorgsysteem:

Onze IB-ers hebben een training gevolgd binnen het WSNS-samenwerkingsverband Bladel om de cycli binnen de 1-zorgroute te kunnen implementeren binnen school. Deze training is afgerond. Volgend schooljaar vinden er nog enkele netwerkbijeenkomsten plaats in dit kader.

Tijdens studiedagen op school vond afstemming en terugkoppeling plaats met en naar het team.

Concreet betekent dit dat we werken met groepsplannen rekenen en gestart zijn met de invoering van groepsplannen technisch lezen.

Tijdens intervisiebijeenkomsten ondersteund met beelden (SVIB) is er gewerkt aan de professionalisering van leerkrachten.

 

5. Professionele cultuur

Afgelopen schooljaar is er binnen het directie-coördinatorenoverleg intensief gewerkt om de koppeling te maken van het PPOP (professioneel persoonlijk ontwikkelingsplan) aan de BOP’s en aan de competentieprofielen. Hiervoor is een ontwerp gemaakt, om in het schooljaar 2010-2011 in te voeren. Via begeleide intervisie zal het PPOP een actief proces worden tot eigenaarschap van ieders persoonlijke professionele ontwikkeling.

Speerpunten voor 2010-2011:

·         Communicatiecultuur: open kritische dialoog; reflectie op leervragen en -ervaringen.

Aan de hand van gekozen reflectiemodellen: reflectieve leercyclus en oplossingsgericht denken.

·         Professionalisering van leerkrachten als een cyclisch proces a.d.h.v. eigen voorgenomen doel- en opbrengstgerichtheid, beschreven in PPOP. Dit proces wordt begeleid in de vorm van begeleide intervisie en supervisie.

·         In PPOP opnemen: competentieprofiel inclusie bekwaam en competentiegebieden 1-zorgroute, afgeleide verantwoordelijkheden in BOP en data uit welbevindingsvragenlijst.

·         Uitwerking van de professionele identiteit in schoolplan

·         Doorontwikkeling van TOM (team op maat), in het doorgroeien naar leerteams die aan en met elkaar complementair worden. Bijv. bij ateliers, maar ook in de doorgroei van experts/specialisten (zoals dyslexie, rekenspec., gedragsspec.) op de diverse gebieden.

 

Dit schooljaar is tijdens een gezamenlijke teambijeenkomst in november door elke leerkracht het competentieprofiel 1-zorgroute ingevuld en een PPOP opgesteld. Belangrijkste bronnen voor het PPOP waren – naast de aandachtspunten uit het competentieprofiel – de afgeleide verantwoordelijkheden uit het BOP van vorig schooljaar en data uit de welbevindingsvragenlijst. De ontwikkelpunten op bouwniveau zijn regelmatig besproken, geëvalueerd en aangepast tijdens bouwbijeenkomsten. Persoonlijke ontwikkelpunten uit het PPOP kwamen soms ook aan de orde tijdens intervisiebijeenkomsten n.a.v. leervragen. Ieders PPOP was in ieder geval bespreekpunt tijdens het functioneringsgesprek met de directie.

De vorig jaar opgestelde reflectiecyclus is niet volledig volgens plan uitgevoerd, mede omdat de functioneringsgesprekken van schooljaar 09-10 nog dit schooljaar moesten plaatsvinden.

De uitwerking van de professionele identiteit is in het schoolplan 2011-2015 opgenomen.

De doorontwikkeling van het TOM-leren vindt voorlopig nog vooral plaats binnen de vier afzonderlijke bouwen.

 

6. Brede school-ontwikkelingen

De directie heeft zich georiënteerd op het betrekken van andere belangrijke partners op het gebied van zorg, cultuur, sport etc. bij brede schoolontwikkelingen. Dit schooljaar vindt een verdere oriëntatie plaats waarna conclusies worden getrokken.

 

Speerpunten voor 2010-2011:

·         Verdere oriëntatie op het betrekken van andere belangrijke partners op het gebied van zorg, cultuur, sport etc. bij brede schoolontwikkelingen.

·         De werkgroep Brede school/naschoolse activiteiten formuleert criteria voor inhoudelijke invulling, coördinatie, beheer, beveiliging gebouw.

·         Ouders worden geïnformeerd en betrokken bij ontwikkelingen. Zowel via website, als op papier, als via avonden als schoolconferentie en SR+ bijeenkomsten.

·         De opnieuw geformuleerde visie wordt opgenomen in de schoolgids van 2011/2012.

 

De directie heeft de verdere oriëntatie vorm en inhoud gegeven door te participeren in het bestuur van het Georganiseerd Burgeroverleg Hapert, belangrijkste gesprekspartner van de gemeente Bladel voor het opstellen van een toekomstvisie voor de kern Hapert. Hierdoor zijn ontwikkelingen in gang gezet die hebben geleid tot een verkenning van de mogelijkheid tot het inrichten van een multifunctionele accommodatie waarin opgenomen een Brede School. Vóór 1 juni 2012 wordt hierover op gemeentelijk niveau een besluit genomen.

Ouders zijn steeds geïnformeerd over de ontwikkelingen en via MR en Schoolraad hierbij betrokken.

De werkgroep Brede School/naschoolse activiteiten heeft nog geen criteria geformuleerd.

Vanwege bovengenoemde ontwikkelingen is gewacht met het opnieuw formuleren van een visie m.b.t. de Brede School

 

2.11.  Schooljaarplan 2011/2012

 

Ieder schooljaar wordt de meerjarenplanning van het schoolplan bijgesteld. Binnen het managementteam (directie- en coördinatoren), de schoolraad en de medezeggenschapsraad wordt het beleid van het afgelopen jaar geëvalueerd en worden nieuwe prioriteiten gesteld. Vaste onderdelen van de jaarevaluatie zijn:

·         De evaluatie van alle verander-onderwerpen door de leerkrachten;

·         Algemene aandachtspunten vanuit de jaarlijkse functioneringsgesprekken;

·         Conclusies vanuit team, schoolraad, MR, mede n.a.v. de schoolconferentie.

Regelmatig terugkerende onderdelen zijn:

·         Een schoolenquête voor ouders en/of leerlingen (in mei/juni 2010 is een vragenlijst afgenomen bij de leerlingen van de groepen 4 t/m 8, alle ouders en leerkrachten);

·         Intern diagnose-instrument of inspectie rapport (in mei 2009 heeft het laatste inspectiebezoek plaatsgevonden);

 

Op basis hiervan worden in het schooljaar 2011/2012 een aantal ‘grotere’ veranderonderwerpen verder uitgevoerd. De hierna opgenomen prioriteiten zijn aangepast aan de ontwikkelingen die de afgelopen schooljaren hebben plaatsgevonden t.a.v. deze onderwerpen. De dertien onderwerpen zijn volgens de kwaliteitszorgcyclus (plan-do-check-act) opgenomen in het schoolplan 2011-2015. De gewenste opbrengsten zijn of worden geformuleerd in termen van meetbare doelen, d.w.z. dat op directie-, team-, commissie-, leerkracht- of leerlingniveau aan het einde van het schooljaar getoetst kan worden of de gestelde doelen ook werkelijk gerealiseerd zijn.

 

Prioriteiten in verander-onderwerpen:

 

1. Integraal personeelsbeleid (IPB) /professionele ontwikkeling

Het IPB-beleid in de komende jaren verder professioneel vormgeven. Invoeren van een professioneel bekwaamheidsdossier waarin elk personeelslid werkt aan zijn/haar persoonlijke ontwikkeling (PPOP) waarbij deze gekoppeld is aan SOP en BOP. Scholingsgelden worden zeer gericht ingezet op teamleren (TOM) en inzake de individuele ontwikkeling op specialisaties, klassenconsultatie/SVIB.

Activiteiten:

  1. Actualiseren van het competentieprofiel voor het Palet passend bij periode 2011-2015.
  2. Het ontwikkelen van een kijkwijzer die ondersteunend werkt bij klassenconsultatie en het mogelijk maakt met een gezamenlijke bril te kijken naar leerkrachtvaardigheden passend bij het uitvoeren van groepsplan rekenen.
  3. Bij elke leerkracht wordt minimaal één klassenconsultatie door IB/BC uitgevoerd met behulp van eerder genoemde kijkwijzer en deze klassenconsultatie wordt met de leerkracht nabesproken.
  4. Alle bouwen gaan tijdens een bouwvergadering aan het werk met het proces van teamleren op basis van SVIB (school-video-interactie-begeleiding), en kijken hierbij naar specifieke vaardigheden (groeps-plan) en/of eigen rol in team/bouw.
  5. De bouwen 5/6 en 7/8 leren in vier bijeenkomsten om effectiever reflectieve gesprekken te voeren met leerlingen op groeps- en individueel niveau.
  6. Leerkrachten van bouw 7/8 leren om doelgerichter te differentiëren in begrijpend lezen en een bijbehorend groepsplan op te stellen.
  7. Opbrengsten en resultaten worden in alle voortgangsgesprekken structureel meegenomen en besproken acties n.a.v. de resultaten worden ook schriftelijk vastgelegd.
  8. Ontwikkelen gespreksvaardigheden bij directie t.a.v. effectievere aansturing IPB-ontwikkeling.

 

2. 1-zorgroute en groepsplan

Optimaliseren van de 1-zorgroute voor het instrumentele vak rekenen. Daarnaast starten met het invoeren van de 1-zorgroute voor instrumentele vakken technisch/begrijpend lezen, spelling. Hierbij rekening houdend met de beginsituatie van de diverse bouwen.

Activiteiten:

  1. Het ontwikkelen van een format voor het groepsplan/overzicht technisch lezen/begrijpend lezen.
  2. Het begeleiden van activiteiten op werkmiddagen groepsplan/groeps-overzicht rekenen waarbij afgestemd wordt op leerkracht-vaardigheden.
  3. Drie keer per jaar inplannen en leiden van groepsbesprekingen.
  4. Competenties leerkrachten meten en in beeld brengen. O.b.v. resultaten een plan opstellen om leerkrachtvaardigheden te optimaliseren.
  5. Leerkrachten leren om het ontwikkelingsperspectief voor zorgleerlingen mee te nemen in de bestaande groepsplannen middels een studiedag.
  6. Starten met een deeltraject ParnasSys, met eigen oriëntatie op mogelijkheden en toepassingen systeemondersteuning bij groeps-planning.
  7. Coachen van leerkrachten en bouwontwikkeling (SVIB) naar behoefte.

 

3. Opbrengstgericht werken

Verhogen van de resultaten van de instrumentele vakken (rekenen, begr. lezen, spelling, techn. lezen) zodat deze meer passend zijn bij de aanwezige populatie leerlingen.

Activiteiten:

1.      Analyseren toetsresultaten en formuleren van conclusies t.a.v. bovengenoemde vakken.

2.      Plannen van en verzorgen van ondersteuning bij studiemiddagen groepsplan gericht op

opbrengstgericht werken.

3.      Vertalen van onze hoge verwachtingen van leerlingen in streefniveaus. Dit vraagt om vaststellen van referentieniveaus en DLE en dit inzichtelijk maken voor leerkrachten.

4.      De behaalde resultaten en opbrengsten opnemen in de schoolzelfevaluatie.

5.      De afspraken t.a.v. effectieve onderwijstijd worden opnieuw vastgesteld, waar nodig aangescherpt en inzichtelijk gemaakt voor alle leerkrachten (groepsmap).Tevens worden zij als observatiepunten opgenomen in de kijkwijzer.

6.      Het plannen van een studiemiddag voor het hele team met als thema: ‘Verdieping in het

nieuwetijdskind”.

 

4. Interne begeleiding (IB) binnen passend onderwijs

Samen met het team een gedragen zorgprofiel in het kader van passend onderwijs opstellen en IB-ondersteuning, middelen en organisatie hierbij horend op elkaar afstemmen en borgen.

Activiteiten:

1.    Het ontwikkelen en uitvoeren van één of meerdere studiedagen met als opbrengst een teamgedragen zorgprofiel voor het Palet voor de periode 2011-2015.

2.    Opstellen van een IB-jaarplan waarin alle structureel terugkerende activiteiten zijn opgenomen zodat deze voor een ieder inzichtelijk zijn.

3.    In bouwen waarin handelings-gericht indiceren nog niet bekend is dit uitleggen binnen de daartoe geëigende momenten in de planning van de 1-zorgroute (groeps-planbespreking/leerlingbespreking).

4.    Vervangen van papieren toetsen door digitale toetsen. Leerkrachten krijgen op papier (groepsmap) de gemaakte afspraken rondom toetsen en toetsinvoer in systeem. Een heldere toetskalender maakt deel uit van deze informatie.

5.    Binnen momenten die zich daarvoor lenen inzetten van concrete beelden die leerlinggedrag en leerkrachtgedrag laten zien, waardoor het leerproces van een team versneld wordt. Deze wijze van werken ook toepassen bij individuele leerkrachten die ondersteund worden door IB.

 

5. Identiteit/burgerschap

De ontwikkelde visie op Identiteit/burgerschap vertalen naar systematische, geplande praktijk voor elk leerjaar met behulp van de bouwstenen 1 en 2 (Sociaal-emotionele ontwikkeling (SEO) / levensbeschouwing (LB) / burgerschapsvorming (BV) / coöperatief leren) en gerichte aandacht voor gedrag binnen school.

Activiteiten:

  1. Bespreken en evalueren gedragscode, vaststellen van (mogelijk aangepaste) gedragscode.
  2. Bespreken en evalueren onderwerpen netwerk contactpersonen.
  3. Afstemming trajecten SEO, LB, BV en portfolio en vertaling hiervan in een jaarplan.
  4. Ontwikkelen van een digitaal portfolio i.s.m. Pabo De Kempel Helmond en de Universiteit van Maastricht, passend bij de visie van Het Palet.

 

6. Meervoudige intelligenties (MI) en talenten

Leerlingen krijgen ruimte en tijd om hun specifieke talenten te ontwikkelen en structureel te leren met zowel hoofd, hart en handen. Dit maken we als schoolorganisatie meer mogelijk door vergroting leerkrachtvaardigheden (op gebied van MI, coöperatief leren, specialisaties) en aanpassing organisatie (ateliers, materialen en inzet programma Topondernemers ook voor B- en C-stroom leerlingen).

Activiteiten:

  1. Vaststellen specifieke doelen coöperatief leren per leerjaar met het team. Idem voor werkvormen (bijvoorbeeld drie per leerjaar).
  2. Elk leerjaar werkt aan de leerkrachtvaardigheden nodig om doelen en werkvormen coöperatief leren uit te kunnen voeren.
  3. Binnen bouw 7/8 wordt een structuur opgezet en de middelen zodanig georganiseerd, waardoor het werken met Topondernemers voor alle leerlingen mogelijk is.
  4. In elke bouw krijgt het werken in ateliers structureel vorm. De huidige praktijk is zeer divers. Bouwen formuleren haalbare doelen en stemmen middelen gedurende dit jaar hier op af.
  5. Leerkrachten brengen hun competenties in beeld en geven in het kader van TOM aan waarin zij zich willen specialiseren.

 

7. Betekenisvol leren: verbetering wereldoriënterende vakken (WO)

De praktijk op gebied W.O. zodanig vormgeven dat deze ook passend is bij onze visie en afstemmen van gekozen W.O.-doelen en middelen. We vervangen de huidige methoden W.O door moderne methoden. Hierbij benutten we nieuwe mogelijkheden van ICT. Daarnaast verbinden ons W.O.-onderwijs met de buitenwereld en borgen waardevolle ervaringsgerichte, betekenisvolle projecten.

Activiteiten:

  1. Uitproberen methodes binnen de diverse bouwen en verzamelen van evaluatiegegevens.
  2. Kiezen methodes en terugkoppeling naar team.
  3. Implementeren methodes, laten zien welke differentiatiemogelijkheden er zijn en hoe ICT benut kan worden. Er is nog niet besloten of de methodes alle drie in één keer worden ingevoerd of één voor één. Wanneer de werkgroep hier informatie over heeft wordt dit overlegd met directie.

 

8. Gezondheid / welzijn

De motorische ontwikkeling van kinderen bevorderen door te starten met een breed scala van op elkaar afgestemde activiteiten op basis van de ontwikkelde Paletvisie.

Activiteiten:

1.    Het houden van screenings-momenten voor alle leerlingen van leerjaar 2 door motorische remedial teacher, waarbij de bewegings-ontwikkeling zichtbaar wordt aan het begin van het schooljaar.

2.    Het geven van voorlichting aan ouders van leerlingen met bewegingsachterstand inzake het belang van deze ontwikkeling en de invulling van het ondersteunings-traject.

3.    Het uitvoeren van het 12 weken-traject onder schooltijd door motorische remedial teacher.

4.    Eindevaluatie met ouders inzake opbrengsten ontwikkelings-ondersteuning en voorlichting motorische remedial teachingclub Avanti-Turnivo waardoor het traject een naschools vervolg kan krijgen.

5.    Evaluatie van bovenstaand traject met motorisch therapeut, directeuren KempenKind, Avanti-Turnivo.

6.    Het realiseren van een aanbod van clinics door diverse sportverenigingen. De combinatie-functionaris zorgt voor een divers aanbod en bewaakt kwaliteit. Hierdoor kunnen kinderen kennismaken met verschillende sporten op een wijze zoals de sport ook in verenigingen wordt aangeboden. Leerlingen kunnen zo meer gericht kiezen voor sport.

7.    Het ontwikkelen en verzorgen van een buitenschools sport-arrangement, waarbij kinderen kunnen deelnemen aan verschillende sporten die in Hapert worden aangeboden. Dit arrangement zal i.s.m. de lokale aanbieder van kinder-dagopvang gebeuren zodat in het naschoolse sporten kinderen uit de opvang en de wijk elkaar ontmoeten.

 

9. Kind in beeld

Het kind op een meer bij onze visie passende wijze laten zien in rapportage. Tevens de koppeling tussen rapportage en (digitaal) portfolio tot stand brengen en de transparantie vergroten door gegevens inzake kind beschikbaar te maken via ouderportal.

Activiteiten:

  1. Werkgroep rapportage gaat door met het ontwikkelen van rapporten nieuwe stijl voor de leerjaren 5-8. Leerjaren 3 en 4 werken al met een nieuw format. Leerjaar 5 en 6 doen dit in 2011-2012. Er wordt dan ook gestart met de ontwikkeling van een nieuw format voor de leerjaren 7 en 8.
  2. Format diverse rapporten vergelijken met o.a. Nuland
  3. Overlegmomenten werkgroepen rapportage en portfolio (Kempelstudenten en onderzoek).
  4. Het uitvoeren van vier momenten om reflectievaardigheden van leerkrachten en leerkrachtvaardigheden binnen de bouwen 5/6 en 7/8 te ontwikkelen met behulp van externe ondersteuning. ParnasSys: mogelijkheden van het systeem in beeld brengen.

 

10. Neveninstromers

Op basis van visie invulling geven aan een schooloverstijgend traject neveninstromers (dit betreft leerlingen met een niet-Nederlandse nationaliteit die minder dan een jaar in Nederland zijn, niet of nauwelijks Nederlands spreken, in de leeftijd van 6 – 13 jaar). Het traject invullen met succesvolle activiteiten die bijdragen aan de woordenschat /taalontwikkeling waardoor instroom van deze leerlingen in reguliere groepen op de eigen stamschool soepel verloopt. Intern kunnen ook allochtone leerlingen die niet voldoen aan bovenstaande criteria toch (deels) aan dit traject deelnemen.

Activiteiten:

  1. Het opzetten van een goede infrastructuur en aanschaf van methoden en leermiddelen, die hun effectiviteit in de praktijk bewezen hebben.
  2. Het ontwikkelen van een toetssysteem waarmee we de ontwikkeling van een leerling kunnen volgen en verantwoorden en dat deze ontwikkeling helder in beeld brengt zodat de resultaten ook begrijpelijk uitgelegd kunnen worden aan ouders.
  3. Inwerken van onderwijsassistent en ondersteunende leerkrachten, mits er formatieve ruimte is.
  4. De leerkracht ontwikkelt vanuit het bestaande groepsplanformat een format voor deze specifieke groep.
  5. Het opzetten van een samenwerkingsvorm met de gemeenten Bladel en Reusel-De Mierden, waarbij gemaakte afspraken en financiering worden vastgelegd in een overeenkomst. Aansluitend met gemeente Eersel eenzelfde traject doorlopen.
  6. Het ontwikkelen van communicatiemiddelen (folder, informatie Paletter, deelsite Palet en KempenKind, PC55) en verzorgen van interne en externe communicatie met share- en stakeholders: leerkrachten Palet / ouders Palet / directeuren en leerkrachten Onderwijsstichting KempenKind / gemeente / vluchtelingenwerk / ouders neveninstromers / ouders leerlingen in gebied KempenKind.

 

11. Traject Hoogbegaafden

Op basis van visie invulling geven aan een schooloverstijgend traject voor hoogbegaafde leerlingen met een gemeten IQ > 130. Het traject invullen met succesvolle activiteiten gericht op de ontwikkeling van vaardigheden die bijdragen aan succesvolle participatie van hoogbegaafden in reguliere groepen op eigen stamschool.

Activiteiten:

  1. Ontwikkeling van visiestuk en plan van aanpak inzake traject hoogbegaafden dat draagvlak kent binnen school.
  2. Vormgeven van wekelijks traject, waarbij samenwerking wordt gezocht met andere trajecten voor hoogbegaafden zodat wiel niet steeds opnieuw uitgevonden moet worden.
  3. Verzorgen van informatie naar ouders deelnemende leerlingen en team Palet.
  4. Ontwikkelen van informatie directeuren KempenKind, leer-krachten andere scholen en ouders potentiële leerlingen (folder, PC55) inzake een school overstijgend begeleidingstraject.
  5. I.s.m. college van bestuur van KempenKind een structureel financiële dekking tot stand brengen voor een school overstijgend begeleidingstraject.
  6. Eindevaluatie traject en verantwoording richting team, ouders, deelnemende scholen aan traject.

 

 

12. Brede school

Het nemen van alle noodzakelijke stappen die nodig zijn te komen tot een brede school gebaseerd op een heldere, teamgedragen visie, waarbij op constructieve wijze samengewerkt wordt met partners van Het Palet.

Activiteit:

  1. Verkennen van de mogelijkheid tot het inrichten van een multifunctionele accommodatie (mfa) / brede school i.s.m. partners van Het Palet op het gebied van onderwijs, zorg en welzijn. Opbrengsten van de verkenning m.b.t. een gezamenlijk mfa opnemen in de schoolgids van 2012-2013.

 

Werkwijze

1.            Alle activiteiten worden steeds geïntegreerd in het kader van ‘integrale schoolontwikkeling’. Dit betekent dat het schoolplan en de diverse bouwontwikkelingsplannen steeds van elkaar afgeleid worden en dat hierin consistentie blijft. En dat dit ook systematisch vertaald wordt naar professionaliseringsactiviteiten van individuele medewerkers. Integrale schoolontwikkeling gebeurt in het cyclische proces van: SOP, BOP. Richtinggevers in het schoolconcept zijn: didactisch ontwerp, pedagogisch ontwerp en betekenisvol ontwerp.

De doelen voor een schooljaar worden beschreven in bouwontwikkelingsplannen. De opbrengsten van het afgelopen jaar worden verzameld en uitgewerkt en dit leidt tot bouwplannen (overzicht van plan en aanpak per bouw) voor het nieuwe jaar, als afgeleide van de schoolplannen. Ook nieuwe onderwerpen worden zowel in schoolplan als bouwplan beschreven.

2.            Individuele medewerkers leiden van de BOP’s hun PPOP af. De concrete opbrengsten worden in PPOP (individu) BOP (bouw) en SOP (school) omschreven. De externe begeleiding is met name gericht op de goede procesbegeleiding van schoolontwikkeling, waarvan nieuwe inhouden een onderdeel kunnen zijn. Voor de afzonderlijke inhouden worden steeds experts op dat gebied geworven.

 

 

2.12. Klachtenregeling

 

Overal waar gewerkt wordt komen wel eens misverstanden voor of worden fouten gemaakt. Problemen bespreekt u als ouder in eerste instantie met de leerkracht van uw kind. We gaan ervan uit dat elke leerkracht u en uw kind altijd serieus neemt en samen met u zoekt naar de beste oplossing. Mocht u het gevoel krijgen dat u niet serieus genomen wordt of dat er niet goed naar u geluisterd wordt, dan kunt u dat bespreken met de directie. Bij onvoldoende resultaat kunt u de problematiek bespreken met een contactpersoon van de school. Onze contactpersonen zijn Jacqueline van de Ven en Philip Spooren.

Deze zijn benoemd om er zorg voor te dragen dat klachten van ouders en kinderen altijd serieus genomen worden en op passende wijze worden afgehandeld. In overleg met de contactpersoon wordt bekeken wat er gedaan moet worden of wie er moet worden ingeschakeld om tot de best mogelijke oplossing te komen.

Daarnaast kunt u contact opnemen met een van de vertrouwenspersonen van de Onderwijsstichting KempenKind, de heer Henk Karsmakers en mevrouw Adrie Verhoef.

Als u het nodig acht, wordt de klacht doorverwezen naar de onafhankelijke klachtencommissie van de besturenorganisatie waarbij de school is aangesloten. Een van de vertrouwenspersonen kan u hierin begeleiden.

De klachtenregeling is te verkrijgen bij de directie en bij de contactpersonen.

 

Contactpersonen:

Jacqueline v.d. Ven, tel. 0497 360384 (school), 013 5141925 (privé)

Philip Spooren, tel. 0497 360384 (school), 0497 385961 (privé)

 

Vertrouwenspersoon:

Dhr. Henk Karsmakers of Adrie Verhoef, p/a Affect orthopedagogen en onderwijsadviseurs, tel. 040 2216691,

email: h.karsmakers@affectconsult.nl, a.verhoef@affectconsult.nl.

 

Secretariaat klachtencommissie:

Landelijke klachtencommissie VBKO, Postbus 82324, 2508 EH Den Haag, tel 070 3925508.

Meldpunt vertrouwensinspecteurs:

Klachtmeldingen over seksuele intimidatie, seksueel misbruik, ernstig psychisch of fysiek geweld, tel 0900 1113111. Op werkdagen te bereiken van 08.00 – 17.00 uur.

Inspectie van het onderwijs:

info@owinsp.nl

www.onderwijsinspectie.nl

Vragen over onderwijs: 0800 8051 (gratis).

 
 
 
 
 
178148 bezoekers Sitemap | Vernieuwd | Zoeken Inloggen