Hoofdstuk 3: DE ONDERWIJSKUNDIGE VORMGEVING VAN HET ONDERWIJS
3.2. Huidige situatie
Ons logo -het palet met de drie basiskleuren- verwijst zowel naar ons onderwijs als naar de kinderen en leerkrachten die er inhoud aan geven.
Op een palet doet de schilder de verschillende kleuren verf, die hij nodig heeft voor het maken van een schilderij. Met de drie basiskleuren - rood, geel en blauw - kan de schilder oneindig veel kleuren maken.
Met de basiskleuren op je palet heb je nog geen mooi schilderij.
Op onze school zijn de kinderen de kleuren. Kinderen en leerkrachten maken samen het schilderij, waarin steeds andere vormen en kleuren te ontdekken zijn. We willen geen school zijn die grijs en grauw is, maar een school die kleurrijk en boeiend is. Kort en bondig staan wij voor:
“Veelzijdig leren om kleurrijk te leven”
We leren niet om te leren, we leren om te leven. Naast het cognitieve leren vinden we het sociale leren, het goed om kunnen gaan met anderen en ook het van elkaar leren, zeker zo belangrijk.
Kinderen leren niet alleen met hun hoofd, zij leren ook met hun handen. Sommige kinderen leren gemakkelijker door praktisch bezig te zijn, of door dingen uit te proberen, dan door het lezen van een boek of het luisteren naar een instructie. Daaraan komen we steeds meer tegemoet.
In groep 1/2 werken we vanuit de principes van ontwikkelingsgericht onderwijs. Eigen initiatief, zelfstandig werken en uitgaan van de interesses van kinderen geven doorlopend impulsen aan de ontwikkeling van kinderen. De leerkracht creëert uitdagende leersituaties en kan door voortdurend observeren de ontwikkeling van kinderen op de voet volgen en waar nodig ondersteunen en bijsturen.
De principes van ontwikkelingsgericht onderwijs en van adaptief onderwijs (onderwijs op maat) zijn ook een bron van inspiratie voor de groepen 3 t/m 8. We zien deze principes het duidelijkst vorm krijgen in de blokuren en contractwerk (zelfstandig werken in aangepaste programma’s), het werken met groepsplannen en met logboek/portfolio in ons realistisch reken- en wiskundeonderwijs, het leesonderwijs, in het maken van werkstukken, het houden van spreekbeurten en in de creatieve vakken.
De leerkracht beoordeelt het gedrag en de prestaties van de leerlingen – waar het mogelijk en functioneel is – samen met de betrokken leerling(en). De leerprestaties worden veelzijdig beoordeeld: in relatie tot de behandelde leerstof of gegeven opdrachten, ontwikkelingsniveau, zelfstandigheid, netheid, inzet. Vanaf groep 3 krijgen kinderen naast omschreven kwalificaties ook cijfers voor hun leerprestaties. Deze worden driemaal per jaar in een rapport weergegeven. Ouders worden in de gelegenheid gesteld deze met de leerkrachten te bespreken.
Behalve van methodegebonden toetsen maken we ook gebruik van signaleringstoetsen uit het Cito-leerlingvolgsysteem – met een landelijke normering – waarmee we behalve de individuele vorderingen van een kind over meerdere jaren ook de vorderingen van de groepen volgen en evalueren. De meest recente uitslagen van de Cito-toetsen worden in alle leerjaren op het rapport vermeld.
We streven ernaar dat de kinderen zich veilig voelen op school. Dan ontwikkelt een kind zich het beste. We geven hier vorm aan door een prettige, rustige werksfeer te scheppen waarin kinderen, ouders en leerkrachten zich thuis voelen. We zorgen op Het Palet voor een ongedwongen sfeer, waarin leerkrachten met respect en waardering omgaan met de kinderen. Dit verwachten we ook van de kinderen in de omgang met elkaar. We hebben veel aandacht voor het wel en wee van elkaar en leven mee met zowel de fijne als de verdrietige dingen die de kinderen meemaken.
We hechten veel belang aan regelmaat en orde, omdat daarmee een veilige werkplek gecreëerd wordt. Dat doen we door samen met de kinderen afspraken en regels vast te leggen, zodat ze zelf leren zorgdragen voor een sfeer waarin iedereen zich fijn voelt. De regels geven aan wat niet mag, maar ook welk gedrag juist wčl op prijs wordt gesteld.
Een prettige manier van omgaan met elkaar is iets wat je niet op kunt leggen en wat niet vanzelf ontstaat: kinderen moeten dat leren. Het is iets waar we elke dag mee bezig zijn. We merken daarbij ook dat er verschillen zijn tussen kinderen: sommige kinderen leren het heel gemakkelijk, haast spelenderwijs, terwijl andere kinderen er veel moeite mee hebben. Net zo goed als kinderen met rekenproblemen extra hulp nodig hebben, hebben kinderen met omgangsproblemen dat ook nodig. We doen dat door te luisteren naar kinderen, door met ze te praten en door kinderen onder begeleiding met elkaar te laten praten. Kinderen hebben er hun hele leven profijt van wanneer ze geleerd hebben om problemen, ruzies of irritaties uit te praten. Wanneer kinderen leren hoe ze problemen onder woorden kunnen brengen, hoe ze kunnen vertellen waarom ze boos of verdrietig zijn of hoe het kwam dat er ruzie ontstond, is het gemakkelijker om begrip op te brengen. We maken daarbij duidelijk wat wel en wat niet kan. Meestal is dat iets wat ze zelf al vonden bij het maken van de regels en afspraken aan het begin van het jaar. Soms ook voegen we in de loop van het jaar nog enkele afspraken toe. We zoeken ook samen met de kinderen naar mogelijkheden om in het vervolg beter met een dergelijke situatie om te gaan.
Met de catechesemethode “Hellig Hart”leren we de kinderen te denken en te handelen vanuit waarden en normen. Het werken aan sociale competenties krijgt in de school veel aandacht. Er is behoefte om vanuit een methodische lijn hieraan te gaan werken. We verwachten in 2008 hierin een keuze te maken.
Naar ons idee is sociale vaardigheid een basisvaardigheid, die daarom een duidelijke plaats binnen onze doelstellingen inneemt.
Wat de inrichting van de groepslokalen betreft bepalen aparte werkhoeken en werkstukken van de kinderen voor een groot deel de sfeer. Daarbij hechten we wel aan orde en rust. De opstelling van de tafels is functioneel en wisselt afhankelijk van de activiteit. |