Inclusief onderwijs, een hele onderneming.
 
 "De wereld van het jonge kind", juni 2008
              door  Erno Mijland
 
In het Brabantse Hapert gaan zoveel mogelijk zorgleerlingen naar de reguliere basisschool in het eigen dorp: Het Palet. Met haar beleid heeft de school al sinds eind jaren tachtig flink wat ervaring opgebouwd met onderwijs aan leerlingen met leer- of gedragsmoeilijkheden. Wat betekent die inclusieve gedachte voor de competenties van de leerkracht en de school?

 

Een kind met epilepsie, een slechthorend kind, een kind met ADHD of autisme, in principe is elk kind welkom op Het Palet, vertelt Gerard Smetsers. Hij is directeur van de school en, zo blijkt al snel, een gedreven onderwijs-ondernemer. “We willen voor Hapert dé school zijn voor de hele gemeenschap. Zolang we het kind maar het onderwijs kunnen bieden dat het nodig heeft, is het welkom. De afgelopen jaren het aantal medewerkers dat zich expliciet bezighoudt met onderwijszorg binnen onze school fors gegroeid. Momenteel werken er twee onderwijsassistenten, een orthopedagoge, een gespecialiseerde leerkracht die fungeert als mentor en coach en een fulltime intern begeleider.” IB-er Jacqueline van de Ven vertelt: “Begeleiding van leerkrachten en leerlingen vindt waar mogelijk binnen de klas plaats. We hebben hier een open cultuur, waar leerkrachten met en van elkaar willen leren.” Aan Smetsers en Van de Ven leggen we de vraag voor welke specifieke competenties leerkrachten en management van een inclusieve school moet hebben.
 

Ondernemerschap

Smetsers: “Ik zie de school als een onderneming. Door goed werk te leveren, een eigen koers te varen en in te spelen op de behoeften van ouders en leerlingen (de klanten) moet de school een eigen plek in de gemeenschap veroveren. Voor ons betekent dat het leveren van een onderwijsproduct waarin alle leerlingen welkom zijn, zich thuis voelen en met en van elkaar leren. Om dat te bereiken moeten ook de leerkrachten ondernemend zijn en daarvoor geef ik ze als directeur de ruimte en de verantwoordelijkheid. Ondernemende leerkrachten zijn instrinsiek gemotiveerd, willen investeren en innoveren en werken samen vanuit autonomie. Ze kennen hun unieke talenten en weten die te vertalen naar het dagelijkse werk voor de klas en naar een bijdrage aan de school als geheel.”
 

Leergierigheid

Van de Ven: “Op een inclusieve school is elke dag anders. Er komen leerlingen binnen met een stoornis of beperking waarmee je nog geen ervaring hebt. De leergierige leerkracht wil weten hoe hij daarmee om moet gaan. Ik merk dat de leerkrachten op Het Palet  heel erg  openstaan voor nieuwe uitdagingen. Ze zoeken niet alleen heel actief naar kennis, maar vragen ook om feedback op hun handelen. Die gebruiken ze vervolgens om te reflecteren op hun aanpak in de klas. Ik werk veel met School Video Interactie Begeleiding (SVIB). Het maken van video-opnamen van lessen om deze vervolgens samen met de leerkracht te bekijken. Wat gaat er goed en wat kan beter? In eerste instantie vindt de leerkracht dat nogal confronterend; je stelt je behoorlijk kwetsbaar op. Maar leerkrachten ervaren dat je soms met een kleine aanpassing de juiste toon te pakken hebt in de omgang met een bepaalde leerling. Mijn collega’s hebben niet veel schroom meer om gefilmd te worden. ‘Help me maar’, zeggen ze.”

Smetsers: “Als school willen we leren van iedereen: ook van de ouders, die hun kind immers het beste kennen. We luisteren naar deskundigen, naar collega’s van andere scholen, naar pabostudenten die hier stage komen lopen en naar onze leerlingen.”
 

Kennis hebben

Smetsers: “Die leergierigheid leidt tot steeds weer nieuwe kennis. Ik vind dat iedere leerkracht op onze school voldoende kennis moet hebben om in principe de hele range aan te kunnen van leer- en gedragsmoeilijkheden. We doen daar veel aan, onder andere in studiedagen en individuele nascholingstrajecten, maar ook door leerkrachten in en buiten de klas te begeleiden. Daarvoor hebben we de eerder genoemde specialisten in huis.”

Van de Ven: “Kennis hebben van leer- en gedragsmoeilijkheden geeft je als leerkracht houvast. Als je weet wat autisme inhoudt, kun je daar rekening mee houden. Een voorbeeld daarvan is het managen van verwachtingen, liefst tot in detail. Wij werken bijvoorbeeld in elke groep met een duidelijk dagschema met pictogrammen. En als je weet dat kinderen met autisme snel overprikkeld raken door de omgeving, kun je daar rekening mee houden bij de inrichting van het klaslokaal. Soms gaat het bij kennis meer om technische weetjes: hoe werkt bijvoorbeeld een ringleiding voor een slechthorend kind?”
                                                 

Kennis kunnen vertalen

Van de Ven: “Kennis hebben is één ding, maar je kennis op een effectieve manier delen met anderen is nog wat anders. Hoe draag je kennis over op collega’s, en op kinderen en hun ouders? Ik vind dat een belangrijke competentie voor leerkrachten in een inclusieve school. We leggen de kinderen op hun niveau uit wat er met hen of hun klasgenootje aan de hand is en hoe ze daarmee om kunnen gaan. Voor leerlingen met autisme hebben we een training rond ‘Theory of Mind’. In deze training leren zij hoe ze kunnen reageren op emoties van anderen ook al kunnen ze zelf die emoties niet ervaren. Hoe zie je dat iemand verdrietig is en hoe kun je hem of haar troosten?
In een cursus ‘Ik ben speciaal’ leren leerlingen met leer- of gedragsmoeilijkheden en ontwikkelingsstoornissen wat er precies met ze aan de hand is, hoe ze met hun beperking om kunnen gaan en hoe ze dit bijvoorbeeld aan andere kinderen kunnen uitleggen. Ouders helpen we bijvoorbeeld doot het geven van een training over het omgaan met ADHD of het geven van informatie over onderwerpen als autisme op ouderavonden. Op deze manier proberen we begrip te kweken voor elkaar. Zelfkennis en kennis van de ander zorgt voor respect. We zien dat kinderen daardoor ook meer rekening houden met elkaar.”
 

Creativiteit

Smetsers: “Ieder kind is uniek en vraagt een unieke benadering. Dat betekent dat je als leerkracht, zeker op een inclusieve school, creatief moet zijn. Het is telkens weer zoeken naar passende oplossingen voor unieke situaties, zonder daarbij de leerling af te zonderen of te opvallend te behandelen. Hoe voorkom je bijvoorbeeld dat een hoogbegaafde leerling met een lichte vorm van autisme zich gaat vervelen in de klas als de stof te gemakkelijk voor hem is? Hoe bereid je deze leerling voor op een sportdag die altijd wat onvoorspelbaar verloopt? Wat doe je met een drukke leerling die de les verstoort, maar die je wel in de groep wilt houden?”
 

Je grenzen kennen

Smetsers: “We hebben het ideaal zoveel mogelijk kinderen een plek te geven op onze school. Maar we kunnen niet ieder kind opvangen. Soms is de benodigde ondersteuning te specialistisch, of willen de ouders gewoon dat hun kind naar het speciaal onderwijs gaat. Dat moet je respecteren. Als school zeggen we wat we kunnen, maar ook wat we niet kunnen. Daar moet je eerlijk in zijn. Hetzelfde geldt voor de leerkracht. Je grenzen aangeven is een vorm van verantwoordelijkheid nemen. Uiteindelijk gaat het erom dat je je als leerkracht competent voelt; alleen dan kun je optimaal functioneren. Het onderwijs drijft op de persoon van de leerkracht.”
 

Organiseren

Smetsers: “Inclusief onderwijs vraagt organisatietalent, zowel op managementniveau als op het niveau van de klas. Het begint al bij de inrichting van de school. We hebben bijvoorbeeld een speciaal stiltelokaal waar de leerling tot rust te komen of even geconcentreerd kan werken. Verder hebben we vrij veel kleine ruimtes voor remedial teaching en studieruimtes om te kunnen werken met groepjes leerlingen. En heel praktisch: de school is goed toegankelijk voor rolstoelers.”

Van de Ven: “Organiseren gaat ook over de zorgstructuur, waarin handelingsplannen een duidelijke plek hebben. We willen verder de leerprocessen in de school nog beter organiseren. We willen een duidelijke cyclus waarbij leerlingen hun eigen doelen stellen en zichzelf daarop toetsen.”
 

Keuzes kunnen maken

Smetsers: “Het aantal leerlingen met een indicatie voor speciaal onderwijs, valt op zich best mee. We zitten nu ruwweg op één kind op elke groep en het is niet eens zo’n megaoperatie om je onderwijs daarop in te richten. Er zijn natuurlijk veel meer kinderen die extra ondersteuning nodig hebben. Als inclusieve school moeten we goed nadenken over de keuzes die we maken. Veel medewerkers in de begeleiding en ondersteuning betekent minder mensen voor de klas en dus grotere groepen. Ook in de budgetten voor materialen moet je voortdurend keuzes maken: onlangs hebben we enkele digitale schoolborden aangeschaft. Dat zijn behoorlijke investeringen. Bij het maken van keuzes werken we op Het Palet met de vier R’en: de Richting bepalen, mensen de Ruimte geven om keuzes te maken, samen naar de Resultaten kijken en er Rekenschap over afleggen.”

Van de Ven: “In de klas maak je natuurlijk voortdurend keuzes. Daarbij gaat het vooral om; hoe verdeel je de aandacht, wat laat je leerlingen zelfstandig doen of wat je klassikaal en hoe stel je groepjes samen.”
 

Het Palet is een relatief grote basisschool met zo’n 550 leerlingen, verdeeld over 23 groepen. De gemiddelde groepsgrootte komt daarmee op zo’n 24 leerlingen. De missie van de school luidt ‘Veelzijdig leren om kleurrijk te leven’.

De school valt bestuurlijk onder de Stichting Katholiek Primair Onderwijs Kempenland en maakt deel uit van het WSNS-Samenwerkingsverband Bladel e.o.

Het Palet streeft ernaar zo weinig mogelijk leerlingen  te verwijzen naar het speciaal onderwijs en scholen voor speciaal basisonderwijs (sbo’s). Het verwijssaldo voor het sbo en so in de afgelopen vier jaar is drie leerlingen, oftewel 0,13% per jaar. Dat is ruim onder het landelijk gemiddelde en nog geen kwart van het regionaal gemiddelde (0,55%). Bij geen van de verwijzingen gaf de school aan niet meer verder te kunnen, maar kozen de ouders voor speciaal onderwijs. De afgelopen jaren was de uitstroom van de school naar het middelbaat onderwijs als volgt: 23% naar het vmbo-k, 33 % naar het vmbo-t en 44% naar havo/vwo.

 

Thom en Kaylee zijn beide 10 jaar, wonen in Hapert en gaan naar basisschool Het Palet. Dat is niet vanzelfsprekend, want ze hebben allebei een beperking die het leren moeilijker voor ze maakt. Beiden krijgen extra begeleiding op school, soms in de klas, soms in een rustige ruimte waar ze samen met de remedial teacher werken aan wat ze moeilijk vinden.

 

Thom is slechthorend en heeft moeite met taal. Zijn juf gebruikt in de klas een microfoon met ringleiding, zodat Thom haar zo goed mogelijk kan verstaan. Een tijdje terug ging Thom nog elke dag naar een speciale school in Eindhoven. "Ik ging daar elke ochtend met de taxi naartoe. Het was een half uurtje rijden. De klassen waren er kleiner, het was daardoor niet zo druk in de klas. Op Het Palet zijn de klassen groter en drukker. Soms word ik daar zelf ook een beetje druk van. Het leren is hier moeilijker, ik moet wel wat harder werken. Maar ik leer ook meer. In Eindhoven vond ik het soms te gemakkelijk. Het gaat best goed: laatst had ik nog een acht voor rekenen. Fijn is dat ik hier wat extra hulp krijg van juf Jacqueline. Niet alleen over wat ik moet leren, maar ook over andere dingen. Mijn oom is laatst doodgegaan. Daar kon ik heel fijn over praten met de juf. Het fijnste van op school zitten in Hapert is dat ik meer tijd heb om af te spreken na school met mijn vrienden. Dat gaat nu veel gemakkelijker. En in Eindhoven bleef ik tussen de middag over om een boterham te eten. Nu kan ik lekker thuis gaan eten."

 

Kaylee heeft eerst op een andere reguliere school gezeten, in Reusel. Twee jaar geleden verhuisde ze met haar ouders naar Hapert. Ze heeft moeite met leren. "Ik heb nog nooit een tien gehaald. Op mijn rapport staan meestal zessen en zevens. Rekenen vind ik heel moeilijk, en ook taal is best lastig. Ik krijg extra hulp. Dan gaan we even in een apart kamertje zitten en kan ik vragen stellen over wat ik nog niet begrijp of werken aan opdrachten die nog niet klaar zijn. Dat is wel fijn. Tekenen en handvaardigheid vind ik de leukste vakken. Daar heb ik geen hulp bij nodig. Ik vind het hier op school erg leuk. Na school spreek ik vaak af met mijn vriendinnen, ook in Reusel."

 
Erno Mijland is journalist en trainer en is met name werkzaam voor organisaties in de zorg en het onderwijs.
178148 bezoekers Sitemap | Vernieuwd | Zoeken Inloggen