Jaarlijks onderzoek maart 2003

Op 12 maart 2003 heeft de Inspectie van het Onderwijs basisschool Het Palet te Hapert bezocht in het kader van jaarlijks onderzoek. Bij het vorig inspectiebezoek is een kwaliteitsprofiel vastgesteld dat geen reden gaf tot zorg. Daarom beperkt de inspectie zich tot beknopt jaarlijks onderzoek.

Bij beknopt jaarlijks onderzoek vormt de inspectie zich een oordeel over:

  • De wijze waarop de school werkt aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Het gaat daarbij om de schoolontwikkeling na het vorige inspectiebezoek.
  • De onderwijsresultaten. Het gaat om genormeerde prestaties van leerlingen, zowel aan het einde van de schoolperiode als gedurende de schoolperiode.
  • De ontwikkeling van de leerlingen. Daarbij gaat het om de versnelde en vertraagde schoolloopbaan van leerlingen, de uitstroom naar speciaal basisonderwijs en de de individuele leerlingenzorg.

De inspectie gaat met de school ook na of er ontwikkelingen zijn die invloed hebben op het onderwijs.

De inspectie gaat zo mogelijk uit van gegevens die de school door zelfevaluatie heeft verkregen. Zo sluit de inspectie aan bij de specifieke situatie van de school en wordt de school niet onnodig belast. Het Palet heeft verschillende documenten ingestuurd die gebruikt zijn tijdens de bespreking van de schoolontwikkeling. Het betreft met name de per jaar vastgestelde meerjarenplanningen en jaarverslagen vanaf 1999.

In deze brief noemt de inspectie allereerst ontwikkelingen die van invloed zijn op het onderwijs (1). Daarna spreekt de inspectie een oordeel uit over de verbeteractiviteiten van de school (2) en over de onderwijsresultaten (3). Zij vermeldt vervolgens gegevens over de ontwikkeling van de leerlingen (4). De bijlage geeft hierop een toelichting.

In het toezichtarrangement geeft de inspectie aan hoe het toezicht voor deze school wordt voortgezet.

1. Ontwikkelingen die van invloed zijn op de kwaliteit van het onderwijs.

De volgende ontwikkelingen zijn van invloed op de kwaliteit van het onderwijs: De school noemt geen specifieke ontwikkelingen die de kwaliteit van het onderwijs beïnvloeden anders dan de wijze waarop zij de kwaliteit van de kwaliteitszorg gestalte geeft.

2. De school werkt in hoge mate gericht aan de verbetering van de kwaliteit van haar onderwijs.

Dit oordeel is gebaseerd op een viertal overwegingen.

In de eerste plaats legt basisschool Het Palet haar prioriteiten voor verbetering jaarlijks vast (en bij) voor een langere periode. De verbeteractiviteiten stelt de school vast op basis van regelmatige evaluaties van het onderwijs. Bijvoorbeeld op basis van zelfevaluatie instrumenten, ouder-enquêtes, de jaarlijkse schoolconferentie en het laatste IST-bezoek.
Binnenkort moet er een nieuw schoolplan worden gemaakt. Het strategisch beleidsplan waar de school mee bezig is, kan hiervoor goede aanknopingspunten bieden. Alle scholen van het bestuur gaan dezelfde basis voor kwaliteitsanalyse gebruiken. De school zal in dit kader beginnen met een quick scan.

In de tweede plaats is het planmatig karakter van de verbeteractiviteiten goed gewaarborgd doordat ze zijn opgenomen in de meerjarenplanning die, zoals boven beschreven, jaarlijks wordt bijgesteld. Informatie over de verbeteractiviteiten en de diverse afspraken die zijn gemaakt, heeft de school opgenomen in verschillende documenten. Voor de ouders heeft de school deze informatie opgenomen in de schoolgids. Tevens is ze geplaatst op de eigen website van de school.
De school heeft al jaren geleden een van de personeelsleden aangesteld als kwaliteitscoördinator. Mede hierdoor staat de kwaliteitszorg op een hoog plan. Dit is onder meer merkbaar uit de wijze waarop de verbeteractiviteiten zijn beschreven. Deze beschrijvingen zijn al zoveel mogelijk uitgewerkt in zogenaamde SMART termen (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdgebonden). Verder zijn de prioriteiten in een tijdsperspectief geplaatst en opgenomen in een meerjarenplanning. Voor elke prioriteit zijn verschillende fasen van de kwaliteitscyclus beschreven (bepalen, verbeteren, bewaken en borgen). Bij de meerjarenplanningen dringt zich overigens nu en dan de vraag op hoe groot de belasting is voor de verschillende betrokkenen. De school streeft in relatief kort tijdsbestek een behoorlijk aantal verbeteringen na. Enkele daarvan zijn bijzonder veelomvattend en complex.

In de derde plaats blijkt zowel uit de beschikbare documenten als uit de daarop door de school gegeven toelichting, dat de planning minstens voor een belangrijk deel, metterdaad wordt uitgevoerd. Daartoe behoren ook enkele verbeteractiviteiten die de school heeft laten voortvloeien uit de resultaten van het laatste schoolbezoek. Deze betroffen onder meer de zorg voor een beredeneerd en doorgaand onderwijsaanbod vanaf de kleuters en de zorg voor een aanbod voor intercultureel onderwijs. De verbeteractiviteiten zijn ook gerelateerd aan het onderwijsbegeleidingsplan dat in samenspraak met de onderwijsbegeleidingsdienst wordt uitgevoerd.

In de vierde plaats geeft de school er blijk van dat zij de effecten van haar vernieuwingsbeleid zo goed mogelijk vaststelt en vastlegt. De evaluatie en borging van de resultaten maken integraal onderdeel uit van de kwaliteitscyclus. Daarbij draagt de jaarlijkse schoolconferentie in belangrijke mate bij aan zowel de evaluatie als het prioriteren van de verbeteractiviteiten. Voor deze schoolconferentie nodigt de school alle ouders uit. Verder versterken de wijze waarop het jaarverslag is opgezet en de beschrijving van de behaalde resulaten in de schoolgids het positieve beeld van de kwaliteitszorg.

3. De resulaten liggen op het niveau dat verwacht mag worden.

Dit oordeel is gebaseerd op het feit dat zowel de resultaten op het einde van de basischoolperiode als die op tussenmomenten overeenkomen met wat mag worden verwacht van de school, afgezet tegen de kenmerken van de leerlingenpopulatie.

4. Leerlingen ontwikkelen zich naar verwachting.

Op dit moment is de inspectie nog niet in staat om een geobjectiveerd oordeel te geven over deze indicator. Daarom waardeert zij deze indicator thans niet niet.
De inspectie neemt momenteel alleen kennis van het aantal leerlingen met versnelde of vertraagde schoolloopbaan en van het aantal leerlingen dat verwezen is naar het speicaal basisonderwijs. Ook gaat de inspectie het rendement na van individuele handelingsplannen en van individuele leerwegen.

Het beeld dat de school op deze indicator geeft te zien, laat zich als volgt omschrijven. De percentages van de leerlingen met een vertraging in de schoolloopbaan liggen ruim beneden de landelijke percentages. Deze landelijke percentages bedragen 5% van het totaal aantal leerlingen in de groepen 1-2 en 2.4% van het totaal aantal leerlingen in de groepen 3 tot en met 8.
Verder blijft de school binnen de landelijke norm van 1% die geldt voor het percentage verwijzingen naar het speciaal onderwijs. Het aantal verwijzingen ligt tevens onder het gemiddelde van het eigen Weer-Samen-Naar-School (WSNS) verband waarbij de school is aangesloten.
De school heeft een enkele leerling die een eigen, individuele leerlijn volgt. Een aantal leerlingen ondervindt belemmeringen in het leerproces of de ontwikkeling. Deze leerlingen worden geholpen op basis van handelingsplanningen. De effecten van deze hulp zijn naar oordeel van de school bevredigend.

Toezichtsarrangement:

De school wordt opgenomen in de reguliere planning voor vervolgtoezicht.

178150 bezoekers Sitemap | Vernieuwd | Zoeken Inloggen