Jaarlijks onderzoek maart 2004
Op 9 maart 2004 heeft de Inspectie van het Onderwijs Basisschool Het Palet bezocht in het kader van het jaarlijks onderzoek.
Bij jaarlijks onderzoek vormt de inspectie zich een oordeel over:
- de wijze waarop de school werkt aan de verbetering van de kwaliteit van het onderwijs. Het gaat daarbij om de schoolontwikkeling na het vorige inspectiebezoek.
- de onderwijsresultaten. Het gaat om genormeerde prestaties van leerlingen, zowel aan het einde van de schoolperiode als gedurende de schoolperiode.
- de ontwikkeling van de leerlingen. Daarbij gaat het om de versnelde en vertraagde schoolloopbaan van leerlingen, de uitstroom naar speciaal basisonderwijs en de individuele leerlingenzorg.
De inspectie gaat met de school ook na of er ontwikkelingen zijn die invloed hebben op het onderwijs.
In deze brief noemt de inspectie allereerst ontwikkelingen die van invloed zijn op het onderwijs (1). Daarna spreekt de inspectie een oordeel uit over de verbeteractiviteiten van de school (2) en over de onderwijsresultaten (3). Zij vermeldt vervolgens gegevens over de ontwikkeling van de leerlingen (4). De bijlage geeft hierop een toelichting. In het toezichtarrangement geeft de inspectie aan hoe het toezicht voor deze school wordt voortgezet.
1. Ontwikkelingen die van invloed zijn op de kwaliteit van het onderwijs.
Voor de school zijn er geen specifieke zaken vanuit de context die op dit moment een directie invloed hebben op de kwaliteit van het onderwijs.
2. De school werkt in hoge mate gericht aan de verbetering van de kwaliteit van haar onderwijs.
Basisschool Het Palet voldoet in ruime mate aan het overgrote deel van het hierboven geschetste beeld. Voor de bepaling van haar uitgangssituatie beschikt de school in haar nieuwe schoolplan voor 2003-2007 over beschrijvingen van haar omgeving en haar leerlingenpopulatie. Deze gegevens zou de school nog doelgerichter kunnen gebruiken om door nadere analyse daarvan, consequenties af te leiden voor het te bieden onderwijs. De school heeft in het schoolplan een visie en missie geformuleerd en haar doelen omschreven op de eerste plaats voor het domein onderwijs en leren. Voor het domein opbrengsten zijn evenzo doelen aangegeven. Daarbij zou de school echter nog in concretere mate de per groep "te verwachten" resultaten op de tussenmomenten kunnen omschrijven. Evenals op schoolniveau, de te verwachten eindresultaten. In het zorgdeel heeft de school doelen geformuleerd voor voorzieningen voor leerlingen met specifieke onderwijsbehoeften. Het geheel aan doelen maakt op herkenbare wijze deel uit van een samenhangende visie op leren en onderwijzen, terwijl de school op systematische wijze de kwaliteit van haar opbrengsten en van het onderwijs en leren evalueert en daaruit consequenties trekt voor het leren en onderwijzen. Daarbij is de betrokkenheid van het personeel, de ouders, de leerlingen en externen ruimschoots gewaarborgd onder meer door de jaarlijkse schoolconferenties.
Reeds uit het voorgaande schoolbezoekverslag is af te leiden dat de school beschikt over procedures, planningen en instrumenten voor zelfevaluatie en dat ze daar al een aantal jaren aantoonbaar aan werkt. De eigen kwaliteitscoördinator waarover de school beschikt, wordt thans ook bovenschools ingezet ten behoeve van de opbouw van het kwaliteitszorgsysteem op andere scholen van het bestuur. Op bovenschools niveau is voor alle scholen gekozen om te werken op basis van eenzelfde kwaliteitszorgsysteem en instrumentarium. Dat de school gericht werkt aan de verbetering van de kwaliteit van haar onderwijs staat dan ook buiten kijf. Hetgeen tevens impliceert dat de school haar ontwikkelonderwerpen en activiteiten heeft geprioriteerd en gepland terwijl ze aantoonbaar werkt aan de verbeteringen. Ook het bepalen en waarderen van de effecten van haar ontwikkelactiviteiten kan op een doorgaans voldoende wijze gebeuren aangezien de beoogde effecten concreet zijn omschreven. Ook de schoolgids van de school speelt een duidelijke rol in het beleid van de school. Deze gids omvat behalve informatie over de school tevens een beschrijving van de na te streven ontwikkelingen voor het komende jaar en een terugblik op die van het afgelopen jaar. Op deze wijze legt de school tevens verantwoording af aan belanghebbenden over de gerealiseerde onderwijskwaliteit.
Concluderend is aan te geven dat de zorg voor de kwaliteit systematisch is en dat de kwaliteitszorgactiviteiten deel uit maken van een cyclus. Daarbij is de kwaliteitszorg verbonden met het beleid zoals geformuleerd in het schoolplan, heeft de school maatregelen getroffen voor kwaliteitsborging en wordt de kwaliteitszorg in hoge mate aangestuurd door het management. Er is dan ook sprake van een professionele schoolcultuur met een effectieve interne communicatie.
De kwaliteit van het aspect toetsing is voldoende .
Basisschool Het Palet maakt gebruik van de Eindtoets Basisonderwijs. Hiermee beschikt zij over een gestandaardiseerde en landelijk genormeerde gegevens. De kwaliteit van de toetsing aan het einde van het primair onderwijs is hiermee gewaarborgd. Gewoonlijk nemen alle leerlingen deel aan de toets. Wanneer leerlingen niet deelnemen aan de toets, gebeurt dit op grond van de hiervoor geldende richtlijnen.
De school waarborgt de kwaliteit van de toetsing gedurende de schoolloopbaan van leerlingen door zowel gestandaardiseerde landelijk genormeerde toetsen als methodegebonden toetsen te gebruiken. De landelijke genormeerde toetsen worden toegepast volgens de daarvoor geldende richtlijnen. Bij de methodegebonden toetsen maken de leraren gebruik van de registratieformulieren die bij de methodes horen. Op schoolniveau beschikt de school over groepsprofielen. Voor leerlingen die in aanmerking komen voor extra zorg worden leerlingenprofielen gemaakt. De interne begeleiding bespreekt na iedere toetsafname met elke leraar zowel de resultaten op groepsniveau als wel de resultaten van individuele leerlingen.
3. De resultaten liggen op het niveau dat verwacht mag worden .
Om een oordeel te kunnen geven over de prestaties aan het einde van de basisschoolperiode, is op Het Palet gebruik gemaakt van de scores op de Eindtoets Basisonderwijs. Volgens de normering waar de inspectie vanuit gaat, stemmen de resultaten overeen met wat van de school mag worden verwacht.
De tussentijdse opbrengsten, zijn beoordeeld op grond van een door de school opgesteld overzicht over de afgelopen periode. Het aantal leerlingen met een leerachterstand van drie tot zes maanden of meer (D- en E-scores) blijft binnen de percentages die als norm worden gehanteerd. Opvallend is het relatief hoge aantal leerlingen met een leerachterstand bij het technisch lezen in groep 4. De school heeft dit evenzo gesignaleerd en analyseert thans de mogelijke oorzaken.
4. Leerlingen ontwikkelen zich naar verwachting.
Op dit moment is de inspectie nog niet in staat om een geobjectiveerd oordeel te geven over deze indicator. Daarom waardeert zij deze indicator thans nog niet. De inspectie neemt momenteel alleen kennis van het aantal leerlingen met versnelde of vertraagde schoolloopbaan en van het aantal leerlingen dat verwezen is naar het speciaal basisonderwijs. Ook gaat de inspectie het rendement na van individuele handelingsplannen en van individuele leerwegen. Uit de gegevens van de school blijkt dat één op de drie tot vier leerlingen langer dan 8,5 jaar over de basisschool doet. De reden hiervan is deels gelegen in doublures in de groepen 2 tot en met 8 en in een bewuste verlenging van de kleuterperiode aan het einde van groep 2. Voor een groter deel is hieraan echter debet dat leerlingen die in de loop van een schooljaar vier worden en dan naar school mogen, in de regel het jaar erop als jongste kleuter verdergaan. Hier is als het ware sprake van een 'automatische' kleuterverlenging. Deze verlenging sluit enerzijds minder goed aan bij de bedoelingen van de wetgever over de doorgaande lijn in de ontwikkeling van (jonge) leerlingen. Anderzijds staat zij op gespannen voet met de eigen uitgangspunten van de school over ontwikkelingsgericht werken en adaptief onderwijs. De percentages van de leerlingen met een vertraging in de schoolloopbaan liggen voor de kleutergroepen en voor de groepen 3 t/m 8 overigens onder het landelijke percentage dat de inspectie als richtlijn hanteert. Dit percentage bedraagt 2,4 procent. De school scoort eveneens onder de landelijke norm van 1 procent die geldt voor het aantal verwijzigingen naar het speciaal onderwijs.
Een aantal leerlingen ondervindt belemmeringen in het leerproces of de ontwikkeling. Voor deze leerlingen zijn doorgaans handelingsplannen beschikbaar. De doelstellingen op de beschikbare handelingsplannen worden doorgaans zodanig geformuleerd dat effectmetingen mogelijk zijn.
Het keuzetraject voor de overgang naar het voortgezet onderwijs dat de school met de leerlingen en hun ouders uitvoert, verloopt doorgaans naar tevredenheid. De school krijgt van de scholen voor voortgezet onderwijs gedurende enkele jaren gegevens terug over het functioneren van de leerlingen aldaar. Over het algemeen blijken de leerlingen goed te functioneren.
Toezichtarrangement:
De school wordt opgenomen in de reguliere planning voor vervolgtoezicht. Gelet op de datum van het laatste meer uigebreide inspectieonderzoek, zal dit toezicht voor volgend jaar zo mogelijk een PKO omvatten.
de inspecteur van het onderwijs,
Dr. Mr. H.L. Popeijus |