Hoofdstuk 2: DE OPDRACHT VAN ONZE SCHOOL

2.1.      Waar staan we voor

 

De missie van S.K.P.O.K. luidt :

 

  1. Samenwerken
  2. Kindgericht onderwijs
  3. Professionaliteit
  4. Onderwijs op maat
  5. Kennis, cultuur en vorming

 

Deze missie komt in het bijzonder tot uiting in het onderwijs dat we geven, maar ook in de prioriteiten die we stellen in het beleid, het functioneren van onze organisatie en in het communiceren met ouders.

 

  1. Samenwerken
  • Kinderen staan niet als eenlingen in de wereld. Zij trekken met elkaar op, ze leren van elkaar en ze ervaren de waardering als ze anderen helpen. We willen een leeromgeving creëren waarin kinderen ondervinden dat samenwerking nuttig en aangenaam is. Iedere school besteedt specifieke aandacht aan het ontwikkelen van sociale competenties: thematisch of in de vorm van een 8-jarig curriculum.

 

  • We zien de ouder niet alleen als klant, die voor zijn kind een kwalitatief goed onderwijsproduct verwacht, maar ook als partner. School en ouders hebben een gezamenlijk belang: de optimale ontwikkeling van het kind. Ouders zijn de deskundigen bij uitstek als het gaat om de opvoeding van hun eigen kind. In een samenwerkende relatie kunnen leerkracht en ouder elkaar versterken. De school zorgt voor heldere en adequate informatie met betrekking tot de leervorderingen, zowel in kennis en vaardigheden als in sociale competenties. Ouders communiceren met de school vanuit hun eigen bevindingen en verwachtingen. Op basis hiervan vindt, binnen de mogelijkheden van beide partijen, afstemming plaats met betrekking tot de pedagogische en/of didactische aanpak.

Ouders hebben ook een zeer waardevolle inbreng in de school waar zij op basis van vrijwilligheid ondersteuning verlenen bij allerlei schoolactiviteiten en participeren in de diverse oudergeledingen. Deze samenwerking wordt door leerkrachten en directies geapprecieerd en komt de kwaliteit van het onderwijs en de organisatie zeer ten goede.

 

  • De samenwerking tussen de 17 SKPOK-scholen is van een wat vrijblijvende relatie - waarbij het onderling uitwisselen in ‘ambtelijk-politieke’ vergadersessies van de directieraad de dominante activiteit was - geëvolueerd in de richting van een ‘professionele’ organisatie. De bijeenkomsten van de directeurenraad zijn voor het grootste deel gericht op visie-ontwikkeling en verdere professionalisering. De diverse directiecommissies bereiden beleid voor – dat in het bestuur wordt vastgesteld - en zorgen middels jaarplanningen voor uitvoering, borging, evaluatie en bijstelling. 

Ook op andere niveaus ontstaan (scholings-)netwerken: ICT’ers, IB’ers, kwaliteitscoördinatoren, beginnende leerkrachten, coaches, leidinggevenden in opleiding.

 

  • Als SKPOK werken we samen met en/of participeren we in andere instellingen en netwerken zoals Weer Samen naar School (35 scholen), Regionale Educatieve Centra (scholen voor speciaal onderwijs en AB-diensten), Onderwijs Service Groep (personele en financiële administratie), Regionaal Educatief Platform (4 onderwijsstichtingen in de Kempen, SBD De Kempen, Pabo Ehv, ROC Ehv), peuterzalen, kdv’s, instellingen voor voor- en naschoolse opvang en TSO, scholen voor vo, opleidingsinsituten (pabo en ROC’s), inspectie, gemeente en andere overheden, arbodienst, werkgevers- en werknemersorganisaties, maatschappelijk werk, jeugdzorg, GGD, bureau Halt, Novadic, (sport-)verenigingen en culturele instellingen, bibliotheken, parochies, politie.

 

  1. Kindgericht onderwijs

Als een kind zich veilig voelt - in een positieve relatie tot leerkracht en klasgenoten - is aan een belangrijke basisvoorwaarde om tot leren te komen voldaan. Een kind zal betrokken leren en kan zich optimaal ontwikkelen als leerinhouden voor hem betekenis hebben. Het is aan de school om onderwijsdoelen te realiseren in uitdagende leeromgevingen. Hoewel we als SKPOK-scholen vanuit eenzelfde visie en missie werken geeft iedere school in zijn onderwijspraktijk daar een eigen vorm aan. Vanuit het principe ‘eenheid in verscheidenheid’ juichen we diversiteit toe. Het geeft scholen de mogelijkheid - vanuit de behoefte van de eigen schoolpopulatie en in relatie tot specifieke competenties die in de school aanwezig of in ontwikkeling zijn – haar eigen onderwijsarrangementen samen te stellen. Deze verscheidenheid biedt scholen kansen om elkaar te inspireren en van elkaar te leren.

 

  1. Professionaliteit
  • In SKPOK wordt hoge prioriteit gesteld aan professionalisering. Vanaf 2000 is een substantieel deel van de gelden voor bestuurlijke schaalvergroting (stimuleringsbijdrage) geïnvesteerd in bovenschoolse cursussen en trainingen.
  • Bij het aangaan van cursus- en trainingsarrangementen formuleren we onze doelen opbrengstgericht, gespecificeerd in zichtbare kwaliteit zoals leerkrachtvaardigheden en werkconcept. Bij pedagogisch/didactische trainingen formuleren we doelen in leerlinggedrag en zichtbare leeropbrengsten.
  • Koersen op schoolontwikkeling en sturen op kwaliteit. Vanaf 2003 functioneert binnen SKPOK een netwerk van kwaliteitscoördinatoren dat door middel van scholing en uitwisseling de kwaliteitszorg op de scholen van SKPOK ondersteunt en stimuleert. Directies zijn bij dit traject nauw betrokken. Jaarlijks wordt een gezamenlijke bijeenkomst belegd.
  • Vanaf 2003 is op alle scholen ervaring opgedaan met WMK (Werken Met Kwaliteitskaarten).

 

  1. Onderwijs op maat
  • In het lange proces van Weer Samen Naar School (vanaf 1992) zien we dat op de scholen van SKPOK een accentverschuiving heeft plaatsgevonden in de zorgoriëntatie, namelijk van ‘hulpverlening’ naar ‘afstemming’. Als je ervan uitgaat dat de leerlingen aan vastgelegde normen moeten voldoen, dan moet je als school hulp verlenen aan uitvallende leerlingen – bijvoorbeeld door een remedial teacher - tot de achterstand is ingelopen. Lukt dat alsmaar niet, dan is verwijzing naar het speciaal onderwijs een optie. Als je de norm niet buiten maar binnen het kind legt, dan neem je het kind als uitgangspunt en stem je je onderwijs daarop af. Het kind voldoet dan altijd aan de norm. De leerkracht die handelingsverlegen is, krijgt ondersteuning en coaching van de Intern Begeleider (IB’er). Naarmate het onderwijs meer op maat gegeven gaat worden, zullen leerkrachten andere vaardigheden moeten ontwikkelen en ook hun werkconcept moeten veranderen: van sturen naar begeleiden, van dagarrangementen naar longitudinale planning, van afwachtende leerlingen naar actieve en zelfsturende leerlingen, van overwegend klassikale instructie naar instructie aan kleine groepen en individuele leerlingen, van klassikale naar individuele programma’s, van overwegend lessenverzorger naar klassenmanager, enzovoort.
  • Onderwijs op maat betekent ook dat je tegemoet komt aan de specifieke mogelijkheden van het individuele kind, bijvoorbeeld qua leerstijl: theoretisch of praktisch; langzaam of snel; leert het kind makkelijker van een duidelijke instructie of door uit te proberen; leert het optimaal in een stille omgeving of door met andere kinderen samen te werken.

 

5.   Kennis, cultuur en vorming

Leerlingen moeten leren leren. In onze informatiemaatschappij veroudert kennis snel en moeten de leerlingen hun informatie weten te vinden (o.a. via internet) en zich kunnen bedienen van moderne media. De gevonden informatie moeten zij kritisch kunnen verwerken en op de juiste wijze presenteren, afhankelijk van de doelgroep.

Met het laatste deel van de missie – kennis, cultuur en vorming - geven we aan dat behalve algemene leervaardigheden er nog steeds veel gekend en geweten moet worden (o.a. de kerndoelen die in de Wet op het Primair Onderwijs worden genoemd). Ook blijft de school een belangrijke cultuuroverdrager.

Een leerling die vanuit een SKPOK-school het voortgezet onderwijs instroomt, moet een stevige basis hebben van kennis, inzicht en vaardigheden en zich bewust zijn van de eigen competenties.

178147 bezoekers Sitemap | Vernieuwd | Zoeken Inloggen