Hoofdstuk 2: DE OPDRACHT VAN ONZE SCHOOL
2.3. Wat wij kunnen: de (interne) sterkte/zwakte analyse
SKPOK verwacht van de onder haar bestuur staande scholen, dat zij een actief kwaliteitsbeleid voeren.
De scholen hanteren hierbij een instrument, WMK (Werken Met Kwaliteitskaarten) of een vergelijkbare methode, waarmee de kwaliteit van het onderwijs beschreven en bewaakt kan worden. Dit instrument wordt ook gebruikt om de zwakke punten op scholen zichtbaar te krijgen, waarna een ontwikkelingsplan voor verbeterpunten en veranderingsonderwerpen opgesteld wordt. Hieraan kunnen dan ook de nascholingsactiviteiten en begeleidingsafspraken gekoppeld worden.
Dit geheel is een cyclisch proces, waarbij de volgende vier fasen onderscheiden kunnen worden:
- Kwaliteit benoemen en beschrijven (plan)
- Kwaliteit realiseren (uitvoeren) (do)
- Kwaliteit bewaken (evalueren) (check)
- Kwaliteit verbeteren (do) of borgen (act)
Bij scholen dient het kwaliteitsbewustzijn bij alle medewerkers aanwezig te zijn.
Scholen zijn verplicht verantwoording over hun kwaliteitsbeleid af te leggen aan ouders, bevoegd gezag en inspectie. (schoolgids, schoolplan, jaarverslag)
Uitgangspunten SKPOK:
- Scholen hebben een kwaliteitscoördinator en nemen deel aan het kc-netwerk.
- Scholen hanteren een systeem voor kwaliteitszorg (WMK of vergelijkbaar)
- Scholen bepalen systematisch en regelmatig de kwaliteit van hun onderwijs.
- Scholen stellen voor zichzelf doelen voor het onderwijsleerproces en de opbrengsten hiervan.
- Scholen plannen op basis van kwaliteitsbeleid verbetertrajecten voor de langere (4 jaar) en korte termijn (1 jaar).
- Scholen treffen concrete maatregelen om hun sterke punten te behouden en zwakke punten te verbeteren. |