4.1. Weer samen naar school
Onze school maakt deel uit van een SWV (Samenwerkingsverband), een netwerk van basisscholen in De Kempen. Eén school voor speciaal basisonderwijs, SBO De Piramide, is hier ook bij aangesloten.
In dit samenwerkingsverband wordt ernaar gestreefd het aantal verwijzingen naar het speciaal basisonderwijs te verminderen. Dit kan alleen als de zorgbreedte binnen het basisonderwijs vergroot wordt. Onze intern begeleiders adviseren hierbij en bieden de leerkrachten en kinderen extra hulp.
Soms kunnen de inspanningen van de leerkracht en de extra hulp toch ontoereikend zijn voor de ontwikkeling van het kind. In zo’n geval kan in samenspraak met de ouders overwogen worden de kennis van het speciaal basisonderwijs in de basisscholen in te zetten.
De school kan dan ambulante begeleiding aanvragen bij de PCL (Permanente Commissie Leerlingenzorg) van ons samenwerkingsverband. Ambulante begeleiding heeft altijd tot doel de zorgbreedte van de basisschool te vergroten, zodat verwijzing naar speciaal basisonderwijs voorkomen kan worden.
Als ambulante begeleiding van het samenwerkingsverband niet toereikend blijkt te zijn, kan in overleg met de ouders besloten worden een verwijzing naar de school voor speciaal basisonderwijs aan te vragen. De school zorgt voor een onderwijskundig rapport, waarin de hulpvraag nauwkeurig beschreven is. De Permanente Commissie Leerlingenzorg onderzoekt welke specifieke zorg het kind nodig heeft. Als zij onderwijs op de school voor speciaal basisonderwijs, SBO De Piramide in Bladel adviseert, wordt een beschikking afgegeven. Zonder genoemde beschikking is aanmelding bij de school voor speciaal basisonderwijs niet mogelijk. Ouders bepalen zelf of het advies wordt opgevolgd. Ouders kunnen tegen een negatief advies in beroep gaan.
Als deskundige/vertegenwoordiger voor de 34 basisscholen heeft Jacqueline van de Ven - een intern begeleider van onze school – zitting in de Permanente Commissie Leerlingenzorg.
Als u meer wilt weten over de PCL kunt u informeren bij de intern begeleiders van onze school.
Het verwijssaldo van Het Palet naar het speciaal basisonderwijs en speciaal onderwijs over de laatste 4 jaren is gemiddeld 0,23%. Dit is minder dan de helft van het regionaal gemiddelde. (0,49%).
De samenwerking tussen de basisscholen en het speciaal basisonderwijs is uitgewerkt in het zorgplan dat jaarlijks wordt vastgesteld. U kunt dit vinden op de website van het WSNS-Samenwerkingsverband Bladel e.o.: www.wsns-bladel.nl, onder het kopje Vademecum.
Het accent van de gezamenlijke activiteiten in ons samenwerkingsverband ligt op het versterken van de zorgstructuur op iedere school, waarbij de interne begeleider als belangrijkste intermediair wordt gezien.
De reguliere zorgformatie die we vanuit het samenwerkingsverband per leerling gericht kunnen inzetten om de zorgbreedte te vergroten, besteden we aan leerlingenzorg.
4.2. Leerlinggebonden financiering
Sinds augustus 2003 is de wet op LGF, de leerlinggebonden financiering, ofwel ‘de rugzak’ van kracht. Deze wet geeft ouders van een kind met een vastgestelde stoornis of handicap het recht om die school voor hun kind te kiezen, die zij het meest geschikt vinden. Dat kan een reguliere basisschool, een school voor speciaal basisonderwijs (SBO) of een school voor speciaal onderwijs (SO) zijn.
De wetgeving is bedoeld voor kinderen in het basis- en voortgezet onderwijs. Wanneer ouders kiezen voor een reguliere school en het kind extra voorzieningen nodig heeft, kunnen de ouders een leerlinggebonden budget aanvragen. Het kind neemt dit budget als het ware in een rugzakje met zich mee. Uit 'het rugzakje' kunnen zaken worden bekostigd als extra formatie, ambulante begeleiding, aanschaf van extra materialen.
4.3. Interne Begeleiding
Het zorgteam van Het Palet bestaat uit twee interne begeleiders en een orthopedagoge. Eén begeleider voor de onderbouwgroepen 1 t/m 3 (Jacqueline van de Ven) en één begeleider voor de groepen 4 t/m 8 (Karin van de Ven). De intern begeleiders zijn speciaal opgeleid voor deze taak, en worden ondersteund door de orthopedagoge (Ria Verkade).
De taak van de interne begeleiding bestaat o.a. uit:
- coachen van leerkrachten, studenten en onderwijsassistenten;
- het coördineren van onderwijs op maat. Met behulp van een groepsplan kan men aangeven welke kinderen welke instructie en begeleiding nodig hebben. Die hulp vindt bij voorkeur plaats door de eigen leerkracht;
- het organiseren van groeps-besprekingen + leerlingbesprekingen;
- het coördineren en evalueren van halfjaarlijkse Cito leerjaartoetsen om leerontwikkelingen te volgen;
- het onderhouden van de orthotheek. De orthotheek is een bibliotheek met oefen- en hulpmaterialen voor kinderen die behoefte hebben aan uitbreiding van de stof of voor kinderen die in een bepaald onderdeel speciale instructie of oefening nodig hebben;
- het voeren van gesprekken met ouders;
- het adviseren en coördineren inzake verwijzing naar het speciaal (basis)onderwijs en hulpverlenende instanties;
- het onderhouden van contacten met externe instanties;
- het opstellen van onderwijskundige rapporten;
- het coördineren van de onderzoeken door GGD van jeugdarts en logopedie;
- het volgen van bijscholingscursussen, het bijhouden van de vakliteratuur en het op de hoogte houden van het team;
- deelnemen aan regionale netwerken leerlingbegeleiding;
- deelnemen aan ZAT (Zorg- en Adviesteam) samen met de schoolmaatschappelijk werkster en een verpleegkundige van de GGD;
- betrokkenheid bij advies voor voortgezet onderwijs;
- het verzorgen van School Video Interactie Begeleiding.
School Video Interactie Begeleiding (SVIB) is één van de begeleidingsmethodieken die de school hanteert om het onderwijs zo goed mogelijk af te stemmen op de leerlingen.
Op onze school wordt het middel voornamelijk ingezet om de leraren te ondersteunen bij hun onderwijstaak. De methodiek wordt zowel ingezet bij vragen rondom leerlingenzorg, als bij vragen rondom onderwijsvernieuwing. Aan de school is een gespecialiseerde School Video Interactie Begeleider (SVIB-er) verbonden, Jacqueline v.d. Ven, die korte video-opnames maakt in de klas en dit vervolgens met de leerkracht bespreekt. Net zo als dat bij andere begeleidings-functionarissen het geval is, hanteert de SVIB-er een beroepscode, waarin o.a. staat dat de gemaakte opnames niet voor andere doeleinden gebruikt worden. Zo blijven de videobeelden die in de klas gemaakt worden, onder het beheer van de SVIB-er en worden niet – zonder zijn uitdrukkelijke toestemming en die van de betrokken leraar – aan anderen vertoond.
Indien de methodiek wordt ingezet bij specifieke begeleidingsvragen voor één of meer leerlingen, dan worden de ouders/verzorgers hiervan in kennis gesteld en wordt om toestemming gevraagd.
4.4. Onderwijsassistenten
Op onze school zijn twee onderwijsassistentes werkzaam. Zij ondersteunen de leerkrachten tijdens de lessen. Dit kan door te werken met groepjes of individuele kinderen. De leerkracht heeft hierdoor ‘extra handen’ in de klas, waardoor er meer aandacht gegeven kan worden aan kinderen die daar behoefte aan hebben.
4.5. Leerling- en onderwijsvolgsysteem
In de groepen 1 t/m 8 toetsen we één á twee maal per schooljaar de leergebieden rekenen, taal en lezen.
Het doel is om de kinderen in hun eigen ontwikkelingslijn te kunnen volgen passend binnen hun mogelijkheden. Op grond van geconstateerde resultaten en eventueel vervolgonderzoek zorgen we binnen de groep voor optimale afstemming van het leerstofaanbod. Extra ondersteuning vindt zoveel mogelijk plaats in de reguliere lestijd binnen de groep.
In groep 8 nemen we deel aan de Cito-eindtoets. De uitslag van de Cito-eindtoets geeft een indicatie voor het schoolsucces in het voortgezet onderwijs.
Het voortgezet onderwijs kan de uitslag mee laten wegen bij het al dan niet toelaten van een leerling.
We gebruiken de groepsuitslagen van de Cito ook bij de evaluatie en het bewaken van de kwaliteit van ons onderwijs.
4.6. Voortgezet onderwijs
Na de kerstvakantie gaan de ouders die een kind in groep 8 hebben hun kind aanmelden op een school voor voortgezet onderwijs.
De basisschool brengt advies uit over elke leerling die toegang vraagt tot het voortgezet onderwijs. Bij onze adviezen houden we rekening met de capaciteiten, de werkinstelling en de belangstelling van uw kind. In november bespreken we met de ouders de voorlopige schoolkeuze. De inbreng van de ouders is hierbij groot. We hechten eraan om in het schoolkeuzeadvies op één lijn te komen met ouders en kind. Dit lukt bijna altijd. Het onderwijskundig rapport met het definitieve schooladvies van de basisschool wordt in februari / maart met de ouders besproken. Alle leerlingen die naar het voortgezet onderwijs gaan, worden door de leerkracht van groep 8 doorgesproken met de coördinator van de brugklas.
Voor leerlingen die voor leerweg ondersteund onderwijs of praktijkonderwijs in aanmerking komen, wordt een uitgebreid onderwijskundig rapport ingevuld. Ook worden deze leerlingen getest.
Na een half jaar evalueren we de vorderingen van de oud-leerlingen met de klassenmentoren van de brugklas. Gedurende de twee brugjaren houdt het voortgezet onderwijs ons op de hoogte van de rapportcijfers van onze oud-leerlingen.
Via het weekbulletin wordt u nader geïnformeerd over voorlichtingsbijeenkomsten van het voortgezet onderwijs.
4.7. Schoolverlaters
De afgelopen vier schooljaren verlieten gemiddeld 69 leerlingen uit groep 8 onze school. Zoals u in onderstaande tabel ziet, geeft de uitstroom geen constant beeld. Daar er geen aanwijsbare redenen zijn voor deze verschillen – zoals bijvoorbeeld het gebruik van nieuwe methodes of een geheel andere aanpak – veronderstellen wij dat ze terug te voeren zijn op leerlingkenmerken.
|
|
Aantal school- verlaters |
VMBO-K |
VMBO-T |
HAVO / VWO |
|
2008 |
74 |
23,0 % |
25,7 % |
51,3 % |
|
2009 |
62 |
21,0 % |
32,2 % |
46,8 % |
|
2010 |
70 |
25,7 % |
27,1 % |
47,2 % |
|
2011 |
71 |
22,6 % |
39,4 % |
38,0 % |
|
Gemiddeld |
69 |
23,1% |
31,1 % |
45,8 % |
Voor ons als basisschool is het belangrijk om te weten of wij het juiste advies hebben gegeven voor plaatsing op het voorgezet onderwijs.
Als een leerling in het eerste jaar doubleert of naar een andere vorm van voortgezet onderwijs overstapt, is dat voor ons een reden het door ons gegeven advies kritisch te bezien. Vanuit de jaarlijkse evaluatiegesprekken die de leerkrachten van groep 8 met de brugklasmentoren voeren en vanuit de doorstroomgegevens van de afgelopen jaren is er geen reden ons adviesbeleid bij te stellen.
4.8. Groepsgrootte
Van de kinderen die in Hapert jaarlijks de basisschool mogen bezoeken, komt de laatste vier jaren gemiddeld 96% naar Het Palet. De overige kinderen worden aangemeld op andere basisscholen of zijn rechtstreeks geplaatst in het speciaal onderwijs.
De afgelopen vier jaren hadden we een gemiddelde instroom van 54 kinderen in groep 1.
In het begin van het schooljaar 2011/2012 bezoeken 525 kinderen onze school en is de gemiddelde groepsgrootte 24 leerlingen.
4.9. Inzet extra formatie
De school genereert inkomsten op basis van het aantal leerlingen op de teldatum. Daarnaast ontvangt de school extra middelen o.a. vanuit het WSNS – Samenwerkingsverband ter versterking van de zorgstructuur. Naast groepsleerkrachten zijn ook interne begeleiders en onderwijsassistenten op onze school werkzaam. Ook zetten we extra formatie in op kwaliteitszorg en het coachen van studenten en (beginnende) leerkrachten.
De leerlinggebonden financiering - de zogenaamde rugzakjes – wordt aan individuele leerlingen toegekend en moet dan ook specifiek hiervoor ingezet worden.
Er zijn vakleerkrachten voor handvaardigheid, muziek, dansante vorming en bewegingsonderwijs.
4.10. Groep 1/2
Een kind dat vier jaar geworden is, kan instromen in de basisschool. Onze ervaring is dat het vieren van de vierde verjaardag in de bekende groep van de peuterspeelzaal of het kinderdagverblijf prettiger is, dan in een nog betrekkelijk onbekende groep 1/2. Als uw kind moeite heeft met de lange schooldag is het mogelijk om met halve dagen te beginnen. Op vrijdag hebben de kleuters vrij.
4.11. Onderwijs aan zieke kinderen
Voor kinderen die in het ziekenhuis zijn opgenomen – of langdurig ziek thuis zijn – is het belangrijk dat het gewone leven doorgaat.
Ook het onderwijs hoort daarbij. Uw kind heeft recht op onderwijs gedurende de hele ziekteperiode, ongeacht of het ziek thuis is of in een ziekenhuis is opgenomen. Dit geldt voor zowel kinderen uit het primair als voortgezet onderwijs.
De praktijk heeft geleerd dat het voortzetten van het onderwijs ook onder deze omstandigheden van positieve invloed is op het gevoel van eigenwaarde en de sociaal-emotionele ontwikkeling. Ook wordt het ontstaan van leerachterstanden zoveel mogelijk voorkomen. Het houdt het kind in een ‘gezond’ ritme en het kind blijft gericht op de toekomst. Een ziek kind blijft een schoolkind.
Bij langdurige ziekte kunnen we een beroep doen op de ondersteuning van een Consulent Onderwijs aan Zieke Leerlingen (COZL). Dit kan ook als een kind langdurig ziek thuis is.
Is uw kind opgenomen in een academisch ziekenhuis dan wordt de ondersteuning daar gegeven door de Educatieve Voorziening die aan het ziekenhuis verbonden is.
We zullen bij langdurige ziekte steeds de mogelijkheid bezien om m.b.v. toepassingen van ICT een kind bij de les en de groep te houden.
4.12. Jeugdgezondheidszorg
Onze school werkt samen met de GGD Brabant-Zuidoost, team Jeugdgezondheids-zorg. Dit team bestaat uit een jeugdarts, jeugdverpleegkundige, assistente, logopedist en een psycholoog.
Jeugdarts: Ingrid Weijtens
Jeugdartsassistente: Marry Huting
Jeugdverpleegkundige: Arlinda Heerkens
Logopediste: Kim Deliën
Wat kunnen zij voor u en uw zoon of dochter betekenen in de periode dat hij of zij op de basisschool zit?
Contactmomenten
Tijdens de basisschoolperiode komen u en uw kind in groep 2 en in groep 7 in contact met de medewerkers van het team Jeugdgezondheidszorg.
Het team Jeugdgezondheidszorg besteedt aandacht aan de lichamelijke, psychische en sociale ontwikkeling van uw kind. Afhankelijk van de leeftijd en ontwikkelingsfase ligt de nadruk steeds op andere gezondheidsaspecten, zoals groei, motoriek, leefstijl, spraak en taal, maar ook schoolverzuim en gedrag.
Bij een onderzoek worden de resultaten altijd na afloop met u en/of uw kind besproken, zo nodig aangevuld met advies. De ouders zijn bij een onderzoek aanwezig.
Zorgen bij zorgen
Iedere ouder, verzorger of begeleider heeft wel eens vragen over de gezondheid of ontwikkeling van zijn of haar kind. Denk bijvoorbeeld aan groei- of gehoorproblemen, slaap- en eetproblemen, moeilijk gedrag of vragen over de opvoeding. Alle ouders, leerlingen, maar ook de school kunnen met dit soort vragen altijd terecht bij medewerkers van de jeugdgezondheidszorg. Als de leerkracht of intern begeleider een gesprek of onderzoek aanvraagt, is wel de toestemming van de ouders nodig. Afhankelijk van de vraag of het probleem, bekijkt Jeugdgezondheidszorg of verder advies of onderzoek nodig is en door wie.
Inentingen
In het kalenderjaar dat uw kind 9 jaar wordt, krijgt het de laatste twee inentingen tegen DTP (difterie, tetanus, polio) en BMR (bof, mazelen en rodehond). U krijgt hiervoor een uitnodiging van de GGD.
12-Jarige meisjes krijgen een oproep voor de vaccinatie tegen baarmoederhalskanker (HPV).
Een gezonde school
De GGD ondersteunt de school bij het realiseren van een veilig, gezond en hygiënisch schoolklimaat, zoals het voorkomen en bestrijden van hoofdluis, uitvoeren van projecten over een gezonde leefstijl of het meten van en adviseren over een gezond binnenmilieu.
Vragen, informatie en contact
Hebt u vragen aan de jeugd-verpleegkundige, jeugdarts of logopedist, neem dan gerust contact op met het team Jeugdgezondheidszorg:
GGD Brabant-Zuidoost
Postbus 810
5700 AV Helmond
Telefoonnummer: 088 0031 422
E-mail: telefonistes.jgz@ggdbzo.nl
Website: www.ggdbzo.nl
Infopunt Opvoeding
Alle ouders hebben wel eens te maken met vragen, zorgen of twijfels over hun opgroeiende kinderen. Dan is het prettig om tips te krijgen, of te horen hoe andere ouders hiermee omgaan of wilt u er eens met een professional over praten. Hiervoor is het Infopunt Opvoeding, een initiatief van de gemeente in samenwerking met ZuidZorg en de GGD Brabant-Zuidoost. Ouders/verzorgers kunnen bij het Infopunt terecht met vragen over het opvoeden en opgroeien van kinderen tussen 0 en 19 jaar.
Bij het Infopunt Opvoeding kunnen ouders ál hun vragen stellen. Bijvoorbeeld: “Mijn dochter luistert slecht, wat kan ik daar aan doen?”, “Mijn zoontje wil continue aandacht, en als hij die niet krijgt, wordt hij boos. Hoe leer ik hem dat dát niet kan?”, of “Alleen mijn kind(eren) opvoeden hoe doe ik dat?” en “Ik ben bang dat mijn puber met verkeerde vrienden optrekt. Hoe pak ik dit aan?”
Bij het Infopunt Opvoeding werken deskundige medewerkers van ZuidZorg en van de GGD Brabant-Zuidoost om u, als ouders/verzorgers te helpen bij het vinden van een antwoord op uw vragen. Samen met u zoeken ze naar een oplossing die bij u en uw gezin past. Het Infopunt beschikt over brede informatie in de vorm van folders over opvoed- en ontwikkelingsthema’s. Ook onderhouden de medewerkers contacten met andere organisaties, zodat ze ouders met specifieke vragen direct kunnen doorverwijzen.
Het Infopunt is op afspraak geopend op woensdagen van 09.00 uur tot 11.00 uur (met uitzondering van schoolvakanties). Het Infopunt zit in het wijkgebouw van ZuidZorg aan de Kloostertuin 2 in Bladel en is bereikbaar voor informatie of voor het maken van een afspraak op telefoonnr. 040 - 8806306.
Alle diensten van het Infopunt Opvoeding zijn gratis en alle vragen worden vertrouwelijk behandeld.
Contactpersonen zijn Anja Hallegraeff, ZuidZorg en Arlinda Heerkens, sociaal-verpleegkundige jeugdgezondheidszorg GGD Brabant-Zuidoost
Zorg- en Adviesteam (ZAT)
Eén keer per maand hebben de intern begeleiders van onze school de mogelijkheid urgente zorgen omtrent de ontwikkeling van een kind te bespreken in het Zorg- en Adviesteam. In dit team zitten de jeugdarts of verpleegkundige van de GGD en een School Maatschappelijk Werker van Dommelregio. Onze overkoepelend intern begeleider Jacqueline van de Ven, neemt ook altijd deel aan deze besprekingen. Ouders worden vooraf op de hoogte gebracht als hun kind binnen het Zorg- en Adviesteam besproken wordt. De geadviseerde hulp of het vervolgtraject wordt door de verantwoordelijke intern begeleider teruggekoppeld naar de ouders.
4.13. Hoofdluis
De school voert een actief beleid in het bestrijden van hoofdluis. We hebben de volgende regels opgesteld:
Indien hoofdluis wordt geconstateerd in één bepaalde groep, dan krijgen de kinderen van die groep een folder met advies tot bestrijding mee naar huis.
Indien het om meerdere groepen gaat, worden de ouders ook geïnformeerd via het weekbulletin.
Periodiek – direct na een vakantieperiode – controleert een groep ouders alle kinderen op hoofdluis en houdt na twee weken een hercontrole. Deze controles vinden 5x per jaar plaats.
Als bij kinderen hoofdluis of neten worden waargenomen, worden de ouders/ verzorgers van deze kinderen persoonlijk door de directie benaderd. Deze geeft ook advies met betrekking tot de bestrijding.
In overleg met ouders en leerkrachten wordt afgesproken welke extra maatregelen getroffen worden met betrekking tot het ophangen van jassen en het wassen van de verkleedkleren. Het kan zijn dat de verkleedhoek tijdelijk niet wordt gebruikt.
Als bij hercontrole de hoofdluizen of neten nog steeds aanwezig zijn, biedt de school de ouders de mogelijkheid persoonlijke instructie te krijgen m.b.t. signalering en behandeling. Hierna volgt na een week de tweede en zo nodig na nog een week een derde hercontrole.
De ouders worden van de data van de nacontrole op de hoogte gesteld. Bij de derde hercontrole moet één van de ouders aanwezig zijn. Indien er dan nog hoofdluizen of neten gesignaleerd worden, moet betreffende ouder na instructie het kind eerst afdoende behandelen, voordat het kind weer aan het onderwijs kan deelnemen.
Om kinderen vrij van hoofdluizen te houden, verzoeken wij u om het nodige te doen:
Uw kind(eren) zeer frequent zelf controleren op luizen en neten.
Wanneer uw kind meer ‘vatbaar’ voor luizen blijkt te zijn, is het aanschaffen van een Nisska-kam aan te bevelen. Daarmee moet u uw kind na schooltijd (of na het spelen met een vriendje of vriendinnetje) kammen. Wanneer uw kind dan hoofdluis heeft, moet u direct maatregelen treffen.
Gebruik van de Nisska-kam
Met de Nisska-kam, ook wel ‘netenkam’ genoemd, verwijdert men luizen en neten uit haren. Maak het haar nat met lauwe azijn en kam al het haar plukje voor plukje vanaf de hoofdhuid goed door. Dat is een heel precies werkje. Blijf dit regelmatig herhalen tot alle neten verwijderd zijn. De Nisska-kam is te koop bij apotheek en drogist. De Nisska-kam wordt net als de stofkam gebruikt met een ingeschoven gaasje. Na ieder gebruik moet het gaasje worden vervangen. De stofkam is echter niet geschikt voor het verwijderen van neten.
Bestrijdingsmiddelen
Er zijn diverse bestrijdingsmiddelen te koop bij apotheek of drogist. Wij adviseren een lotion. Voor het gebruik van deze middelen geldt, dat de bijsluiter goed gelezen moet worden. Vraag naar eventuele bijwerkingen.
Na een behandeling kunnen er nog neten in leven zijn. Daarom moet de behandeling na 8–10 dagen herhaald worden. De dode neten laten niet los van het haar, maar blijven plakken. Ze zijn met de Nisska-kam te verwijderen met behulp van een middel dat bij de apotheek te koop is.
Behandeling met bestrijdingsmiddelen helpt niet om besmetting te voorkomen.